Site Logo   Help
Enkeltje Bangkok :
Home > Verhalen > Kenia > Watamu & Diani Beach 21-11-2007
Foto's
 Dag 437 t/m 440: Watamu & Diani Beach

Zie je de krantenkoppen al? 'Boot gezonken met 3 keer zoveel passagiers als toegstaan...'We worden allebei gelukkig vroeg wakker, want als we kijken hoe laat het is, blijkt dat de wekker niet is afgelopen. We hebben nog een half uurtje om de boot naar het vaste land te halen, anders missen we de bus. Snel kleden we ons aan, pakken de spullen in en nog geen kwartier later lopen we al door de stille straatjes. Als we op de pier komen, vaart er net een boot weg, maar gelukkig ligt de laatste ferry nog gewoon aan de pier. Even de spullen op het voordek en wij zijn klaar voor de oversteek. Laura blijkt ook vroeg wakker te zijn geworden en zwaait ons uit vanaf de kade.
Met een overvolle boot leggen we om kwart voor zeven aan. Rustig pakken we onze spullen en als laatste lopen we naar de klaarstaande bussen. ‘Hurry hurry, time is money’ klinkt het van alle kanten. Wat nou ‘hurry hurry, time is money’? Pole pole zal je zeker bedoelen? This is Africa en het is nog niet eens zeven uur, dus we hebben nog zeker tien minuten voor de bus gaat. Maar nee, onze rugzakken worden bijna letterlijk in het bagageruim gegooid en de bus rijdt nog nét niet als we instappen. Zo traag en ‘hakuna matata’ alles op Lamu is, zo’n overdreven haast hebben ze hier. We vinden Afrika af en toe één groot vat tegenstrijdigheden.

De chauffeur zet er goed de gang in en scheurt over de onverharde weg richting Malindi. Gelukkig is het dit keer droog, zodat we niet slippend en glijdend door het landschap razen, maar stuiteren doet het nog steeds. Met onze stoelen halverwege in de bus merken we daar gelukkig niet te veel van. De plaatsen zijn wel krap, maar altijd nog stukken beter dan op de achterbank. Hier en daar stopt de bus om er mensen in en uit te laten, maar we schieten lekker op. Helemaal als plotseling de onverharde weg ophoudt en we over relatief glad asfalt rijden. Om iets voor twaalven staan we al in Malindi en stoppen we voor de lunchpauze. Onze bus gaat door naar Mombasa en we hebben geregeld dat we in het plaatsje Gede uit kunnen stappen. Daar vandaan is het nog maar een kilometer of zes naar Watamu aan de kust. Als we Malindi na een half uurtje weer uitrijden, zeggen we voor de zekerheid nog maar een keer dat we er in Gede uit moeten, want soms is het korte termijngeheugen van Afrikanen niet al te goed ontwikkeld.

In Gede regelen we met gemak een taxi en de chauffeur helpt ons ook nog naar een hotelletje te zoeken. Met wat onderhandelen weten we een acceptabele prijs te krijgen – weglopen werkt ook hier – en nemen we onze intrek in het Marijani Beach Resort en regelen meteen een kamer voor de meiden, die we aan het einde van de dag verwachten. Het zijn royale kamers, maar vooral het enorme balkon met de grote bank spreekt ons erg aan. Als we de kamer later wat beter bekijken, vermoeden we dat we de klamboe nodig gaan hebben, want er zitten nogal wat muggen.
We nemen een kijkje bij het strand, dat echt op een steenworp afstand van ons hotel ligt. Het ziet eruit, zoals je je een strand in de tropen voorstelt. Een spierwit strand met een blauwe zee. Hier en daar drijven wat vissersbootjes en verder gebeurt er eigenlijk weinig. Bij het onderhandelen over de hotelprijs kregen we te horen dat het hoogseizoen zou zijn, maar daarvan is hier op het strand toch bar weinig te zien.
Voordat we het strand op konden lopen, hadden we natuurlijk al een verkoper aan onze broek hangen. Schilderijtje? Houtsnijwerkje? Looking is free! Nee, dank je, we hebben al genoeg van die rommel. Snorkeltripje dan? Misschien, maar vertel eerst eens wat we dan gaan doen en wat het kost. Onder voorbehoud natuurlijk, want we weten niet wat de meiden willen gaan doen en we laten het morgen dan in de ochtend weten.

Lekker op ons eigen terrasjeIn onze kamer staat een grote koelkast en op het balkon hebben we een complete keuken, inclusief pannen, potten en fornuis, dus we zien het al helemaal voor ons. Morgen zelf ontbijt maken, want dat hebben we er bij de prijsonderhandelingen voor het gemak maar uitgesleuteld. En wat ze ons hier doorgaans voorzetten, kunnen we zelf ook wel maken. Nadere inspectie van de keuken maakt ons toch niet zo vrolijk. Zeg maar dag tegen vers gekookte of gebakken eitjes, want ondanks dat er wel een fornuis staat, ontbreekt natuurlijk de gasfles. Dat schiet dus niet op.
We zoeken toch de supermarkt op voor onze ontbijtinkopen. De Mama Lucy Supermarkt maakt ons helemaal lekker en in no time zit ons karretje flink vol, maar helaas zonder eitjes. Met grote tassen lopen we terug naar het hotel om de komst van Laura en Barbara af te wachten.
De rest van de middag doen we niet al te veel. Met een boek lekker onderuit op de grote bank en een biertje uit onze eigen koelkast. Zo komen wij onze middag wel door.
We hebben met Babs en Laura een globale afspraak gemaakt en maken ons op om ze te gaan zoeken. Het zou toch lullig zijn als zij ergens anders een hotelkamer hebben gevonden, terwijl wij met pijn en moeite de prijs flink omlaag hebben gekregen. Maar we hoeven ons niet druk te maken. Op dat moment horen we twee bekende stemmen en verschijnen ze in de poort. Ook in Watamu zijn Pam en ik geen onopvallende verschijningen en men wist precies waar wij te vinden waren. Ze hebben een mooi vluchtje van Lamu naar Malindi achter de rug en een zeer memorabele rit met de matatu. Het laatste stuk hebben ze met de rugzak op moeten lopen en drijfnat vallen ze op onze terrasbank neer.

Onder het genot van een biertje en een wijntje genieten we van het heerlijke avondweer - we benijden de mensen in Nederland echt niet - en kletsen na over de dag. Het lijkt een rustig einde van de avond te worden, maar als Babs naar het toilet gaat, slaakt ze een kreet. Of we even willen komen kijken. In de badkamer kruipt een lang zwart beest met heel veel poten en we hebben allemaal geen idee wat we ermee aan moeten. Zonde om te doden als het geen kwaad kan, maar misschien wel giftig en gevaarlijk. De man van het hotel kijkt verschrikt als hij het dier ziet kruipen. ‘Very dangerous’ krijgen we te horen. Vergelijkbaar met een flink giftige schorpioen, dus we zijn allemaal blij dat we niet geprobeerd hebben om het beest buiten de kamer te zetten. En de man moet heel wat moeite doen om het dier er uiteindelijk onder te krijgen. Mijn maatje 46 wandelschoen doet normaal wonderen, maar het beest geeft niet snel op. Een paar hele harde meppen met de schoen en een flinke dosis ‘Doom’ zorgen voor de beslissing en het dier wordt voorzichtig in een plastic zakje afgevoerd. De manier waarop de man er mee om gaat, doet ons vermoeden dat we er goed mee weggekomen zijn.

Vissen voerenDe volgende dag slapen we lekker uit en genieten we van het uitgebreide ontbijt op ons balkon. Na het middaguur gaan we pas op pad om te snorkelen. Natuurlijk werd het hele gebeuren mooier voorgesteld dan het in werkelijkheid is. In plaats van drie kwartier varen, zijn we er al in een kwartiertje. En als na een uur de bootman begint te roepen dat we terug moeten, protesteren we flink. Ons is twee uur snorkelen toegezegd, dus dan willen we ook twee uur snorkelen. Als we na twee uurtje met een camera vol foto’s een beetje verkleumd op de boot klimmen, vinden we het ook wel genoeg.
Vanaf het strand lopen we via één van de vele resorts terug naar het dorp. Wat Turkije is voor de Nederlanders, zo is Kenia het all-inclusive walhalla voor Italianen en ook dit park ziet er erg mooi en verzorgd uit. Helaas gaat het ons budget te boven, anders zouden we hier ook wel een paar daagjes willen doorbrengen.
In het dorp gaan we op zoek naar een souvenirtje. We hebben niks met de vele houtsnijwerkjes en schilderijtjes die overal worden verkocht, vooral niet omdat het Masai is, wat de klok slaat. In Lamu hebben Laura en Barbara een leuk ding op de kop getikt en wij willen ook wel zoiets. Na enig uitlegwerk wordt het duidelijk wat we zoeken en gaat er iemand op pad. Als hij er uiteindelijk mee op komt dagen, vraagt hij natuurlijk meteen de hoofdprijs. Ruim 35 euro, belachelijk!! Laura en Babs hebben er anderhalve euro voor betaald en dan gaan wij natuurlijk niet zo’n idioot bedrag neertellen voor een plankje hout. Verder kunnen we niks leuks vinden dus we gaan maar een biertje drinken op ons terras.

In ons hotel moeten we ineens van kamer verhuizen. De man van het hotel had al verteld dat de kamers waar wij in zaten gereserveerd waren, maar hij wist niet hoe laat zijn gasten zouden komen. Het zou om vijf uur ’s morgens kunnen zijn, maar ook om negen uur ’s avonds. Blijkbaar wordt het toch in de ochtend, want we moeten plaats maken.
De kamer die we krijgen blijkt geen fatsoenlijke fan te hebben en met de tropische temperaturen die nu al in het kamertje hangen, gaan wij daar natuurlijk niet mee akkoord. Gelukkig heeft men nog een staande versie en daarmee gaan we de nacht wel doorkomen.
We zijn beland in een soort huisje en de avond brengen we door op het terrasje voor de deur. Het plan is om de volgende dag al te vertrekken, maar we besluiten om toch nog een dagje extra te blijven. Of we nou aan het strand op Zanzibar zitten of hier in het zeer relaxte Watamu, dat maakt niks uit en we zitten gewoon goed.

Palm met volle maanDe volgende dag doen we echt helemaal niks. Uitslapen, ontbijten en lekker luieren op ons eigen terrasje. Af en toe eens een gang naar de koelkast om wat drinken te pakken, is meer dan voldoende beweging.
Tegen het einde van de dag gaan we richting strand om nog wat foto’s te maken van de zonsondergang. We kuieren door Watamu en vinden het één van de leukere plekjes waar we tot nu toe zijn geweest. Het leven gaat hier zo zijn gangetje en niemand heeft haast. Ook worden we door iedereen gegroet en wordt er niet tot nauwelijks aan onze kop gezeurd voor safari’s, souvenirs en andere onzin die we niet nodig hebben.
Na het foto’s maken gaan we naar de snackbar. Lekkere vette hap voor het diner. Gisteravond heeft Laura friet met worst gegeten en het zag er smakelijk genoeg uit om ons daar ook aan te wagen.
In de hitte van de avond lopen we terug voor ons laatste nachtje in Watamu. Alles is al uitgestoven en slechts hier en daar zitten nog wat mensen voor hun deur. Na nog een uurtje lezen en buiten hangen, besluiten we dat het tijd is om te gaan slapen. Morgen is het weer vroeg dag en hebben we een reisdag voor de boeg.

Om half negen stappen we bepakt en bezakt in de matatu, de Keniaanse variant van de minibus. Bij ons mogen er maximaal acht mensen in een busje, hier weten ze er met gemak veertien in te proppen. Met een deel van de bagage op schoot komen we na een half uurtje in Malindi aan, waar we de bus naar Mombasa moeten zien te vinden.
Hulp in overvloed in Malindi, want we hebben onze spullen nog niet uit de minibus gehaald of er staat al een hele horde mannen met goede bedoelingen klaar. Maar ja, die goede bedoelingen kosten meestal ook geld. Met enige moeite weten we de lastigste van ons af te slaan en de hulpvaardigste brengt ons naar de goede bus.
Twee uur later staan we al in Mombasa. Wat een eitje vandaag. We regelen een taxi die ons eerst naar het kantoortje van de busmaatschappij brengt, want morgen gaan we door naar Tanzania en zonder kaartjes zal je zeker zien dat de bus vol zit. Daarna rijdt de man ons door naar Diani Beach, waar volgens Laura (en het boekje van Floortje Dessing) een geweldig restaurant moet zitten. Over de twintig kilometer van Mombasa naar Diani Beach doen we welgeteld tweeënhalf uur, waarvan we zeker twee uur staan te wachten voor de ferry die ons ongeveer honderd meter over het water moet vervoeren. Maar ach, we hebben de tijd, alles gaat voorspoedig.

Ouderwets tafelen bij het Cave RestaurantWe kiezen voor een hotel met een zwembad, zodat we lekker even af kunnen koelen van de warme tocht in de bus en taxi. Pas aan het einde van de dag lopen we richting strand om naar het restaurant te gaan.
Als je een all-inclusive vakantie hebt geboekt en drie weken niet van het park af komt, vind je Diani Beach misschien geweldig, maar wij vinden er niks aan. Het eerste stuk van het strand is bovendien helemaal niet mooi met veel rotsen en als het vloed is, komt de zee helemaal tot bovenaan, zodat er geen strand meer overblijft. Slechts het laatste stuk waar we in het donker overheen lopen, is de moeite waard. Mooi breed met allemaal palmen.
De ‘boulevard’ die we ons voorgesteld hadden, is er helemaal niet. Het is niet meer dan een doorgaande weg waar alle resorts aan grenzen. En om zeven uur zijn de kleine winkeltjes aan de doorgaande weg allemaal al gesloten. Nee, als je voor een leuk en gezellig strandplaatsje naar Diani Beach komt, zit je hier zeker niet goed.
Het Ali Barbour Cave Restaurant is daarentegen geweldig. Een stel Fransen heeft een grot helemaal verbouwd tot een restaurant, waarbij je vanaf je tafeltje zo naar de sterrenhemel kan kijken. Super sfeervol ingericht en ook het eten en de bediening zijn uitstekend. En voor de prijs hoef je het echt niet te laten. Waar we nu met ons vieren voor gegeten hebben, kan je in Nederland amper met zijn tweeën eten. Een aanrader dus.
Met het shuttlebusje van het restaurant laten we ons terugbrengen naar het hotel. Morgen gaan we al vroeg met de bus naar Tanzania, dus een beetje op tijd ons bed in is geen slecht plan. En terwijl de fan ons nog een beetje koel houdt, vallen we tevreden en goed doorvoed in slaap.


Vorige verhaal                                                  Naar Tanzania

 Enkeltjebangkok filmnieuws