Een paar dagen later dan we in eerste instantie gepland hadden, sjouwen we ’s morgens vroeg naar het busstation. Voor de verandering gaan we eens niet met de taxi, want het busstation ligt op slechts een paar honderd meter van ons hostel.
Het is ook voor het eerst in weken dat we weer eens echt vroeg zijn. Door alle enorme afstanden namen we altijd nachtbussen, maar La Paz ligt op slechts zeven uurtjes bussen van Cochabamba en dat doen we natuurlijk gewoon overdag. Het is nog geen zeven uur als we de grote hal binnen wandelen, waar het al een drukte van belang is. Nadat we bij een paar kantoortjes navraag gedaan hebben, kopen we kaartjes voor de bus van half acht. Normaal halen we die altijd een dag van tevoren, maar in Bolivia zakken de prijzen naarmate de vertrektijd dichterbij komt en we blijven tenslotte echte Nederlanders. Als het goedkoper kan, dan doen we dat. Al met al levert het kopen van een kaartje een half uur voor vertrek een hele dollar korting op. Wat een enorm bedrag! Het gaat ons natuurlijk helemaal niet om die paar centen korting, maar gewoon om de sport.
Een half uurtje later komt de bus voorrijden en klimmen we naar binnen. Toen we de kaartjes kochten was er nog meer dan genoeg plek en konden we kiezen welke stoelen we wilden, maar de bus zit nu toch echt helemaal vol. Met Bolivianen wel te verstaan en die hebben vast allemaal tot vijf minuten voor vertrek gewacht met het kopen van een kaartje. Ook nu zijn we weer de enige toeristen. Best raar, als je na gaat hoeveel toeristen er toch door Bolivia reizen. Wij doen trouw onze rugzakken onderin, maar Bolivianen zijn blijkbaar een beetje panisch over hun spulletjes, want hele zakken met het één of ander en enorme tassen worden mee naar binnen gesjouwd. Naast ons zit een gezin met een kind, de vrouw zit met haar benen op een grote tas die bij haar voeten staat, het kind zit op schoot en de man pakt een grote zak uit en propt alles in het bagagevak boven hen. Maar goed ook, want anders zouden ze niet normaal kunnen zitten.
Met de bus is niks mis, prima stoelen, zelfs voor mijn lange lijf. Eerst stoppen we nog op diverse plekken om mensen op te halen en het duurt al met al bijna een uur voor we Cochabamba uit zijn. Vlak voor één van de vele tolstationnetjes die we tegenkomen, staat een groot bord. We hebben nog 371 kilometer te gaan voor we in La Paz zijn.
De weg is prima verhard en klimt vanuit het dal de bergen in. Eerst is de aarde donkerrood en verandert daarna in allemaal aardetinten. Van alle mogelijke kleuren bruin en rood tot grijs en zelfs paars, groen en oker. Een aantal jaren geleden heeft Robijn Frank Govers naar de Andes gestuurd om toch vooral te laten zien hoe mooi de kleuren van de Boliviaanse kleren zijn (en moeten blijven natuurlijk, ook al hebben we hier nog nergens Robijn kunnen ontdekken), misschien is het ook een idee voor onze Jan de Bouvrie om hier eens op bezoek te gaan. Zeker weten dat dan binnen de kortste keren Jan zijn eigen Andes-lijn op de markt brengt. Je hele interieur in harmonie met aardetinten uit de Andes.
Behalve de kleuren is het landschap eigenlijk saai. Na tien hoge pieken hebben we die ook wel gezien, nergens groeit iets en de dorpjes waar we doorheen komen zijn ronduit deprimerend. Ook voor de mensen in de bus lopen we niet echt warm.
De kleurige kleding en de vrouwen met de hoedjes doen je vermoeden dat het een gezellige boel is, maar wat verlangen we terug naar Azië of Centraal Azië, waar iedereen in de bus wel interesse in je had en een gesprekje met je aan probeerde te knopen. Of in elk geval erg sociaal was met de overige passagiers. Bolivianen niet, die gaan zitten, kijken stuurs voor zich uit of bemoeien zich alleen met hun eigen medepassagiers. Het lijkt er wel op alsof men toeristen nog net tolereert, maar meer dan dat ook niet.
Van het dorpje aan de doorgaande weg waar we stoppen voor de lunch, word je ook niet vrolijk. Grijs en grauw. Onze medepassagiers halen wat te eten, maar ons wordt werkelijk geen blik waardig gekeurd. Als we weer in willen stappen, zitten er bij de deur van de bus drie oude mensen, die een bekertje ophouden. Bedelaars, ook iets dat we al geruime tijd niet gezien hebben en opvallend veel ouderen. Geen kindertjes of vrouwen met een klein kind op de rug, maar veel bejaarden, mensen die te oud zijn om nog op het land te werken en hopen op de goedheid van de buspassagiers om in leven te kunnen blijven. Maar misschien gaan ze aan het einde van de dag ook wel naar huis, trekken hun vodden uit en hun goede goed aan en zitten ’s avonds lekker voor hun teeveetje. Het is vaak moeilijk om daar een inschatting van te kunnen maken en ruim anderhalf jaar reizen maakt je wat achterdochtig.
Als we La Paz inrijden, zien we hoe bizar de stad ligt. Reden we het afgelopen uur over een redelijk vlakke hoogvlakte en was er nauwelijks iets van bebouwing te zien, ineens duiken we een enorm dal in en de stad strekt zich voor ons uit. De weg slingert langs de wand van het dal het centrum van de stad in en waar je ook kijkt, er staan gebouwen en huizen. Zelfs tot bovenop de randen. En in de verte zijn in de heldere blauwe lucht de besneeuwde toppen van de meer dan 6.400 meter hoge Mt Illamani duidelijk zichtbaar.
We zoeken eerst een hostel in de buurt van het busstation, maar alles daar is te duur of ze hebben geen kamer met eigen badkamer. We worden keer op keer verrast over het prijspeil van Bolivia. Zou het één van de goedkoopste landen in Zuid-Amerika moeten zijn, de prijzen van de hostels - vooral die in de Lonely Planet natuurlijk - zijn het afgelopen jaar flink gestegen. Natuurlijk speelt mee dat de dollar sinds wij zijn gaan reizen met bijna 25% is gezakt, maar als je het dan afzet tegen de prijzen in bijvoorbeeld Argentinië en Chili, zijn ze niet eens zo heel veel lager.
We nemen een taxi naar het oude centrum van de stad, waar tal van goedkope hostels te vinden zouden moeten zijn. Ook al is het maar een klein stukje, wandelen met de rugzakken is moordend. La Paz ligt tenslotte op 3.660 meter hoogte en zelfs zonder rugzakken kom je adem te kort als je bergop één van de steile straatjes inloopt. En voor die 80 dollarcent hoeven we het tenslotte ook niet te laten.
Ons hostel ligt midden in het drukke dagelijkse leven van de inwoners van La Paz. De wijk wordt doorkruist door steile straatjes en trappen en om de hoek ligt de Mercado de Hechiceriá, de zogenaamde heksenmarkt. Op straat ruikt het ook naar heks, met de geuren van de vele kruiden en middeltjes die zich vermengen met de diesel- en benzinedampen van de talloze bussen en minibusjes die met pijn en moeite de berg opkomen. Sommige marktvrouwen zien er ook uit als heks, maar dan zonder bezemsteel. Hoewel de wierookluchten van de vele tempels ontbreken en het een stuk minder aangenamer is qua temperatuur, doen de chaos op straat, de talloze kraampjes, de uitpuilende winkeltjes en het ongeorganiseerde verkeer aan Kathmandu denken, de geweldige stad in Nepal.
We lopen een rondje door de wijk en krijgen een indruk van de heksenmarkt, die al een beetje op zijn einde loopt. Het ene kraampje biedt nog vreemdere spullen aan dan de andere.
Kisten met lamalijkjes, die men schijnbaar onder de drempel van de voordeur begraaft voor goed geluk, gedroogde amardillo’s, rekken vol met kruiden en planten, schelpjes, zoetigheid voor in altaartjes, allerlei parfummetjes en weet ik veel wat voor andere zooi is er te koop. Alles voor een gezonde en gelukkige toekomst.
Verder is de wijk het Mekka voor de reiziger. Overal zijn reisbureautjes en tour agencies voor fietstochten langs ’s werelds gevaarlijkste weg en trips naar Rurrenabaque, op heel veel plekken hangen aanplakbiljetten in het hebreeuws – daar word je nooit zo vrolijk van – hostels zijn er in overvloed en ook iets te eten vinden is hier geen probleem.
Wij eten vandaag in elk geval bij Yussuf’s, de lokale Libanees. Het bord doet ons watertanden en de falafel, shoarma en shish kebab lokken ons naar binnen. De dame is erg verrast als ze hoort dat wij ook in Libanon zijn geweest, het geboorteland van haar ouders. En na bijna twee weken gebakken kip met lauwe friet en pizza, smullen we van de gerechten uit het middenoosten, ook al smaakt het daar toch net allemaal iets beter. Het zal wel aan de omgeving liggen.
We sluiten de dag af in het illegale Hard Rock Café. Het is dat de naam nadrukkelijk op de shirtjes van het veeltallige personeel prijkt, anders zou je het niet weten. Misschien hing er ooit een bord tegen de gevel, maar de eigenaren van het origineel zullen wel geklaagd hebben. Ah, dat zijn Amerikanen? Dan zal er wel een rechtszaak geweest zijn. Maar het is er in elk geval warm en dat soort gelegenheden zijn we nog niet genoeg tegengekomen in het best frisse Bolivia.
Ook al was het bed een beetje aan de kleine kant en de kamer ietwat te koud, toch hebben we heerlijk geslapen. Omdat we al geruime tijd op grote hoogte verblijven hebben we geen last meer van de ijle lucht en slapen we lekker rustig. We zijn allebei ook erg blij dat we bestand zijn tegen hoogteziekte, want alles in Bolivia is hoog en er is geen andere optie dan te vertrekken.
Vanuit ons hotel hebben we een geweldig uitzicht over de stad. In de verte zien we de enorme besneeuwde toppen van de Andes, dichterbij kijken we naar de hoge gebouwen van het centrum en recht onder ons raam is het een enorme chaos van golfplaat. Hé, er zit hier een lekje, nog maar een stukje golfplaat erop. Ah, daar zit ook nog een gat, nog maar een plaat erbij. Ojee, het kan wel eens gaan waaien, dan verzwaren we het geheel gewoon met een lading losse stenen, houten balken of zelfs een uit de gratie geraakte BBQ. Als je maar droog zit.
Na het ontbijt gaan we de stad in. Het is tijd dat we op souvenirjacht gaan en tijdens het rondje van gisteravond hadden we al de indruk gekregen dat iets vinden hier geen probleem moet zijn. Op de heksenmarkt kopen we eerst een flinke portie geluk. Een flesje met gekleurde stukjes plant en bedeltjes erin, die ons op alle vlakken geluk zouden moeten brengen. Voor thuis, in de liefde, met het werk, onze gezondheid en last but not least, geluk tijdens het reizen. Nu is het zeker, wij komen veilig thuis.
We doen een rondje langs de vele kraampjes, die voor het gemak allemaal natuurlijk hetzelfde verkopen. De bekende kleurige lamawollen kleding, flessendragers, etuitjes, tassen, sokken, handschoenen, veel lelijk houtsnijwerk en heel veel beeldjes. Toch weten we zo af en toe wat leuks te vinden dat net even anders is en met een tas vol prullaria lopen we terug naar ons hotel. Toch weer iets te veel gekocht.
Daarna lopen we La Paz verder in. Beter gezegd, naar beneden. Dwars door de stad loopt de zogenaamde Prado, die via de bodem van het dal de hele stad volgt. Grappig is dat de Prado zo helemaal niet heet, want vanaf het begin van het dal tot het einde heeft de straat allemaal andere namen. De weg kwijtraken in La Paz kan echt niet, als je het even niet meer weet, loop je bergafwaarts tot je vanzelf weer op de Prado komt.
Ons doel is het Radisson Hotel, het enige internationale vijfsterren hotel in La Paz. Het is al weer vijf maanden geleden dat we uitgebreid en luxe hebben ontbeten en het is tijd om weer eens te genieten van een uitgebreid ontbijtbuffet. Eens kijken of dat daar kan. Hoe lager we in de stad komen, hoe moderner het allemaal oogt. De straten zijn breder, de gebouwen nieuwer en beter onderhouden, er komen meer parkjes en groen en aan de Prado zitten allemaal modern uitziende winkels.
Naast het Radisson nemen we een taxi die ons naar één van de mooie uitzichtpunten moet brengen. Bij aankomst in de stad konden we vanuit de bus heel even een blik over de stad werpen, maar helaas zaten we aan de verkeerde kant om goede foto’s te kunnen nemen. En het is waar, vanaf Killi Killi hebben we werkelijk een geweldig uitzicht over de miljoenenstad met de omliggende bergen.
Onze taxichauffeur is een commercieel man, want hij weet ons tijdens de rit naar boven nog een toertje naar de Valle de la Luna aan te smeren. We hadden dit al op de planning staan, maar konden eerder geen busje die kant op vinden en voor het bedrag van nog geen tien dollar komen we uit en thuis. Een koopje, eerst helemaal naar boven naar het uitzichtpunt, daarna zeker tien kilometer naar het zuidelijke deel van de stad, een uurtje rondwandelen en nog een keer helemaal terug.
De Valle de la Luna is echt een bizar iets. Op een betrekkelijk klein oppervlak is een groot deel van het landschap weg geërodeerd en is er een puntig landschap overgebleven. Via een aangelegd pad lopen we een rondje en opnieuw weet de natuur ons weer te verbazen. Pam is helemaal ‘gelukkig’, want die heeft straks weer een leuk klusje met het uitzoeken van de vele foto’s. Voor mij blijft er niks meer over dan er iets over te vermelden. Bij deze dus.
Maar de Maanvallei is zeker de moeite van het bezoeken waard. Na veel van hetzelfde is dit een welkome afwisseling op de anders kale en saaie bergen. En tijdens de rit met de taxi krijgen we ook een goede indruk van de stad.
Hoe zuidelijker je in de stad komt, hoe rijker het allemaal wordt. De straten zijn beter, de huizen zijn groter, er zijn compounds met bewakers en grote muren er omheen en er rijden meer dure auto’s. Dit is duidelijk het deel van de rijkere inwoners van La Paz, die het zich kunnen veroorloven om de enorme drukte van de stad te ontvluchten.
Bij terugkomst in het centrum belanden we gelijk in het gekkenhuis van het verkeer en met pijn en moeite komen we op de plaats van bestemming. Onze chauffeur is het blijkbaar gewend, want er klinkt geen onvertogen woord als iemand ons weer eens afsnijdt of zich er tussen wurmt. En eerlijk is eerlijk, onze chauffeur doet net zo hard mee.
Met vermaak bekijken we het verkeer in het straatje voor ons hotel. Het weggetje is steil, heel erg stijl, en het verkeer komt soms nauwelijks omhoog. Vooral de talloze minibusjes hebben er flink problemen mee, helemaal als ze tot de nok toe vol zitten met passagiers. Met gierende motor en slippende koppeling proberen ze weer op gang te komen als alles bij de volgende kruising weer vast heeft gestaan. Soms gaat het niet helemaal goed als zo’n busje achteruit begint te rollen en degene achter hem, die doorgaans tevergeefs luid begint te toeteren, raakt. Dan klinken er wat woorden, wordt er even gekeken en rijdt iedereen daarna weer door.
Het valt zo wie zo niet echt mee om hier door het verkeer te komen. De straatjes zijn smal, maar worden zo nodig nog smaller gemaakt door de talloze kraampjes die half op het asfalt staan opgebouwd. Dat niet regelmatig zo’n kraampje geraakt wordt, is verbazingwekkend. En dat is maar goed ook, want je wil niet weten hoeveel voorraad die vrouwtjes hebben staan. Het is gewoon een Albert Heijn op een vierkante meter.
Hoe deze mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien blijft een raadsel. Iedereen verkoopt hetzelfde, dus de concurrentie is moordend. En het inkomen kan nooit hoog zijn. We kregen onderweg mee wat een fysiotherapeut in Bolivia verdient. Met een fulltime baan heeft een geschoold fysiotherapeut een inkomen van zo’n 1.500 Boliviano’s per maand, dat is slechts iets meer dan twee honderd dollar. En dat voor iemand die toch een medische hogere opleiding gehad moet hebben. Hoe weinig zou dan zo’n vrouwtje met een kraampje per maand binnenhalen? Voor heel veel uren in weer en wind?
Vandaag hebben we ontbeten bij het Radisson. En eerlijk is eerlijk, echt indrukwekkend was het niet. Nu smaakte het prima en voor de nog geen zeven dollar per persoon mogen we niet klagen, maar we hebben veel grotere en lekkerdere buffetten gezien. Misschien hadden we ietwat te hoog gespannen verwachtingen bij een internationaal vijf sterren hotel….
We nemen een taxi terug en lopen al snel vast in het verkeer. De chauffeur kan niet verder omdat een groot deel van de Prado is afgezet in verband met een demonstratie. De laatste weken wordt Bolivia in de ban gehouden door de dreigende afsplitsing van Santa Cruz. Deze provincie en gelijknamige stad wil een autonome regio gaan vormen binnen Bolivia, maar dat is toch een erg heet hangijzer. Voor veel Bolivianen is autonomie de eerste stap naar onafhankelijkheid en dat zou inhouden dat er dan twee Bolivia’s zouden komen. Voor zover we het begrepen hebben, is de wens tot autonomie voornamelijk gebaseerd op economische motieven (in de regio wordt olie gewonnen) en het is begrijpelijk dat dat in La Paz niet zo goed valt, als een belangrijke inkomstenbron weg zou vallen.
Op het plein voor de San Francisco kerk heeft zich een grote groep demonstranten verzameld en via luidsprekers klinken er verhitte toespraken. Niet alleen de demonstranten zijn in grote getalen op komen draven, voor de kerk staan tientallen politieagenten in kogelvrije vesten en met traangasgeweren. Men is duidelijk voorbereid op eventuele rellen, want met de duizenden verhitte Latijns Amerikanen zou de vlam zo maar in de pan zou kunnen slaan.
Bij ons hotel gaan we op zoek naar een pinautomaat en we belanden in nog een demonstratie. En als Pam even bang was dat ze niet genoeg bolhoedjes zou zien, die vrees is nu in één keer verdwenen. In een lange optocht trekken duizenden mensen, voornamelijk vrouwen in hun zondagse kleding en mét bolhoedjes, door de straten richting het Plaza San Francisco. Als we langs de weg zitten te kijken naar de voorbij trekkende stoet, wordt er af en toe gebaard dat we mee moeten lopen. Maar één ding hebben we de afgelopen maanden wel geleerd. Wat we zelf ook voor mening hebben over politieke items, we ventileren die nooit of nauwelijks en dan zijn we het natuurlijk altijd eens met de aanwezige massa. Dus nee, we blijven liever op ons trapje in de zon zitten en bekijken vol vermaak de optocht. En zodra de laatste demonstranten door de straat zijn getrokken, nemen de auto’s het straatbeeld weer over.
Met een nieuwe voorraad geld gaan we terug naar het hotel. We hebben het wel een beetje gezien in La Paz. Ik heb nog even getwijfeld om de zogemaande ‘gevaarlijkste weg ter wereld’ met de fiets te doen, maar 75 dollar neertellen om een berg af te mogen rijden met een fiets, vind ik toch wat te veel van het goede. Misschien gaan we straks nog even langs een grote zwarte markt, maar morgen gaan we gewoon met de bus naar Coroico, onze volgende stop in Bolivia.
Vorige verhaal                                                  Volgende verhaal