Site Logo   Help
Enkeltje Bangkok :
Home > Verhalen > Kenia > Masai Mara 12-11-2007
Foto's
 Dag 429 t/m 431: Masai Mara National Park

We hebben weer fijn geslapen in onze beden onder de klamboe. Geen bavianen of andere enge dieren, die ons ‘s nachts aan kunnen vallen, alleen maar stilte om ons heen. Vannacht hadden we geen bezoek van een kudde zebra’s, maar in de ochtend lopen kuddes buffels en bambi’s, zoals we alle antilopen en impala’s ondertussen noemen, vlak voor onze ‘tuin’. Het is erg mistig en we kunnen niet zo ver kijken, maar het maakt het plaatje met de wilde dieren des te mooier.

Na het ontbijt pakken we alles in voor onze trip naar Masai Mara, de laatste stop van onze safari. We werken een flink ontbijt naar binnen, met gebakken eieren, vers geroosterde toast (lang leve het broodrooster) en sloten koffie. Onze kokki heeft weer uitgepakt. Zoals altijd tijdens reisdagen, vermaken we ons met lezen en muziek luisteren. Wij hebben al zoveel landschappen gezien, dat we niet meer uren naar buiten kijken, in tegenstelling tot Laura en Barbara, die er nog geen genoeg van kunnen krijgen.
Tijdens de eerste paar dagen is er blijkbaar wat verbogen onder de auto en we stoppen in Nanyuki bij een garage om er naar te laten kijken. We staan nauwelijks buiten het busje of we worden belaagd door een hele horde verkopers. Zonnebrillen, houtsnijwerkjes, de eeuwige kettingen en armbandjes, schilderijtjes en ga zo maar door. We zijn blij dat er een bewaker bij het tankstation is, die de mannen een beetje op afstand houdt, anders zouden we hier nooit rustig een sigaretje kunnen roken. En als we zeggen dat we niks willen, is dat altijd aan dovemansoren gericht en komt steevast het antwoord: but this is very cheap.

Lunch in NarokDe wegen in Kenia zijn echt niet om over naar huis te schrijven en ook dit keer worden we flink door elkaar geschud. Op tal van plaatsen is men bezig met wegwerkzaamheden, maar echt opschieten doet het niet. Vooral niet als je ziet dat er een man of acht staan toe te kijken hoe één man een kuil graaft of een kruiwagen vol schept. We beginnen langzaam te begrijpen waarom Chinese bedrijven hun eigen mensen meenemen als ze een project in andere delen van de wereld doen. Natuurlijk is dat niet goed voor de lokale werkgelegenheid, maar één ding moeten we de Chinezen nageven, ze weten dan wel binnen de geplande tijd alles af te krijgen. Over de weg van Moyale naar Isiolo zijn ook tal van sprookjes in omloop. Toen we over de slechte staat van het karrenspoor spraken, hadden een aantal locals het idee dat er hard aan die weg wordt gewerkt en was men hoogst verbaasd dat we behalve een paar in plastic gepakte bulldozers en graafmachines, geen enkele activiteit hadden gezien ter verbetering van de weg. Ergens in de afgelopen vijf jaar heeft de regering geroepen dat er iets zou gaan gebeuren, maar blijkbaar was dat alleen maar gebakken lucht om stemmen te winnen. En over stemmen gesproken, de verkiezingen in Kenia zijn hot news. Pas op 27 december, vlak na de kerstdagen, kunnen mensen naar de stembus, maar iedereen loopt zich daar nu al flink druk om te maken. Overal zie je posters en aanplakbiljetten van de kandidaten, rijden auto’s met grote luidsprekers door de straten om de boodschappen van de kandidaten te verkondigen en zijn er optochten en bijeenkomsten om mensen nog verder op te peppen. In Narok, waar we onze lunch opeten, zijn we ook getuige van de verkiezingsperikelen. Eerst komt er een blèrende auto voorbij, die gevolgd wordt door een pick-up met wat mensen erin. Dan even niks, maar prompt daarna verschijnt de hele optocht. Er komt geen einde aan. We doen even een snelle telling en schatten dat er al snel zo’n 500 mensen aan de demonstratie meedoen. 500 mensen, waarvan we denken dat die toch wel wat beters te doen hebben dan hard te gillen voor hun politieke voorkeur. Werken bijvoorbeeld.

Na Narok schudden we nog een uurtje of twee door elkaar en komen we aan op de camp site, waar we de laatste twee nachten door zullen brengen. Onderweg hebben we helaas nog geen dieren gezien, maar al wel de traditionele bewoners van deze regio: de Masai. Gekleed in hun rode omslagdoeken vallen ze erg op in het landschap. We verbazen ons over de kleur, want iemand van één of ander reisbureau had ons verteld dat rood de leeuwen nog wel eens kon irriteren, maar dat bleek een fabeltje te zijn. Rood schijnt juist afschrikwekkend te werken.
Verhalen uit de Lonely Planet en op internet hebben ons al doen besluiten dat we geen Masai dorp willen bezoeken. We hebben wel even tabak van mensen die voor elke foto geld willen hebben, je verder de kop gek zeuren en ‘traditioneel’ gedrag vertonen omdat er toeristen komen. Nee, dan maar zonder dorpje en dansen, gewoon lekker beesies kijken.
Onze camping is helaas niet in het park zelf, want dat is tegenwoordig verboden, maar pal aan de grens. Onze kokki blijkt weer eens uit te pakken. Hij komt altijd op deze camp site, kent de mensen en weet zo één en ander te regelen. Hij zorgt voor licht bij onze tenten en ook worden er extra matrassen uit de lege huisjes gehaald, zodat we vannacht wat zachter kunnen slapen. Ondanks dat je hem bijna niet ziet of hoort, maakt hij lekker eten en doet hij echt zijn best om het ons naar de zin te maken en we kunnen hem steeds meer waarderen. We wijzen alle hulp van de hand als we onze tent weer opbouwen. We hebben gemerkt dat Afrikaanse hulp soms niet al te constructief is en we het zonder beter en sneller kunnen. Binnen aan half uur staat het gevaarte en zijn onze slaapplekken ingericht. Kijk, zo doe je dat nou.

Om vier uur stappen we in ons busje voor de eerste gamedrive in één van de beroemdste wildparken ter wereld. Masai Mara is zeker niet het grootste park in Afrika, maar wel één waar je de big five kan zien en natuurlijk ook de wereldberoemde grote trek van gnoes en zebra’s.
Gnoes en zebra'sWe worden niet teleurgesteld. Al direct zien we de enorme kuddes gnoes en zebra’s. Zij zijn residenten van het park en trekken niet van en naar de Serengeti. Een stuk verder komen we langs een paartje slapende leeuwen, waar een horde busjes omheen staat. Elke keer als we een bocht om komen of een heuvel over rijden, zien we weer wat nieuws. Groepen olifanten die langzaam foeragerend door het landschap trekken, giraffes die aan de hoogste bladeren van de bomen staan te knabbelen, talloze antilopen en impala’s en een kleine kudde hartebeesten, met hun hartvormige geweien. Het hele park is een groot feest voor de dierenliefhebber.
Door toeval ontdekken we het hoogtepunt van de middag. We zien in een boom een grote groep gieren zitten en gaan dichterbij kijken als er ook een paar op de grond zitten. Er is niet veel te zien en in verband met een naderende kudde olifanten maken we ons uit de voeten. We rijden naar een andere boom, die zomogelijk nog voller met de enorme vogels zit. Als ze opvliegen en wij verder rijden, roept Laura ineens ‘stop stop’. We snappen meteen waarom al die vogels daar zitten te wachten. Op een meter of vier naast het pad liggen drie leeuwinnen, waarvan er één zich tegoed doet aan de resten van een verse gnoe. Onverstoorbaar en luidruchtig eet het dier verder, terwijl wij ademloos toekijken. We zijn niet alleen ademloos door het beeld, maar ook door de enorme stank die rond het kadaver hangt.
Eén van de leeuwinnen staat op en loopt vlak langs de auto. Volgens onze chauffeur gaat ze weer op jacht, want er is zoveel prooi in het park, dat de leeuwen alleen het lekkerste van de gevangen dieren eten en de rest voor de gieren en hyena’s laten liggen.

Op de terugweg zien we opnieuw leeuwen. Dit keer twee volwassen mannetjes en een vrouwtje. Aangezien het al donker wordt, begint onze chauffeur zenuwachtig te worden. Niet vanwege de leeuwen, maar omdat hij bang is dat hij een bekeuring zal krijgen als we het park te laat verlaten. We vinden het maar onzin, vooral omdat er nog veel meer busjes door het park rijden en we echt niet de enige zijn die nog door de poort moeten.
Als we richting de toegang van het park rijden, schiet er een hyena voor onze auto langs en zien we even verder een groep auto’s tussen de struiken staan. Er moet dus weer wat te zien zijn en onze chauffeur laat zich toch nog overhalen om te gaan kijken. Tussen de struiken ligt een cheeta, de tweede die we deze week te zien krijgen. Het slanke dier ligt zenuwachtig om zich heen te kijken door alle aandacht en al snel gaan we verder.
Vers gevangen avondetenWe eten op de camp site en voor degene die het wil is er zelfs een warme douche. Na nog een sigaretje bij het kampvuur wordt het tijd om de tent op te zoeken. Als Laura en Barbara buiten de tent tanden staan te poetsen, horen we opeens een gil. Laura springt de tent in en heeft in het voorbijgaan Barbara bijna door het tentdoek heen geduwd. De tent is nog heel, maar de stok van het luifeltje was niet tegen zoveel paniek opgewassen. Krom dus… En waarom er paniek was, wordt niet duidelijk.
Als wij met de tandenborstel voor de tent staan, gaat opeens de aggregaat uit en staan we in het pikkedonker. Lekker handig. Met de zaklamp zoeken we onze slaapzakken op en vallen we al snel doezelen we weg.

Na het ontbijt gaan we weer op pad. Ondanks dat het meeste wild zich vlak na zonsopgang en -ondergang laat zien, maken we een dagtrip, onder andere om de nijlpaarden te zien, die ergens ver weg en midden in het park zitten.
Het eerste stuk zien we niet zo veel wild, maar al snel wordt ons dierenlijstje weer langer. Eerst een paar enorme struisvogels en daarna een grote groep giraffes. Een aantal van de dieren doet een soort dans, wat een gevecht tussen twee mannetje blijkt te zijn. Dat gaat niet met grof geweld gepaard, ook al zijn de kopstoten tegen de flanken van de tegenstander niet mis, maar met veel om elkaar heen draaien en dreigen. Zo te zien kan zo’n ‘gevecht’ makkelijk een paar uur duren en dat vinden we net even te lang, maar het is mooi om te zien hoe deze enorme statige beesten zich gedragen.
Vlak daarna maken we ons lijstje van de Big Five vol. In een boom ligt een luipaard met prooi. Hoe iemand dit moeilijk te vinden dier heeft gezien, is ons een raadsel, maar dat maakt verder niet uit. Hoog in de boom ligt het imposante dier rustig naar alle commotie op de grond te kijken, terwijl wij ons opwinden over de belabberde parkeerkunsten van onze chauffeur. Gelukkig krijgen we hem zover dat hij op een goed plekje stopt, maar meer dan een paar foto’s maken zit er niet in, want we moeten al weer weg. We zijn van de paden afgereden en dat is natuurlijk niet toegestaan en onze chauffeur is nog steeds als de dood voor bekeuringen. Dat het nog zeker een kwartier duurt voor de rangers bij ons in de buurt kunnen komen, speelt geen rol.

We houden koffiepauze bij één van de lodges die midden in het park staat. Het is een sjiek gebeuren en zal vast heel wat meer kosten dan onze campingovernachtingen. We hadden al gevraagd of we ergens gewoon op een heuvel konden parkeren om een kop koffie drinken, maar dat schijnt toch niet de bedoeling te zijn. Dit keer niet vanuit een veiligheidsoogpunt, maar omdat er allemaal mensen naar je toe komen. Als ergens een busje stilstaat, is er tenslotte wat te zien en dan is het best lullig als er alleen maar mensen koffie zitten te drinken.

Onderweg naar de nijlpaarden zien we voor het eerst secretarisvogels. Dit zijn wandelende roofvogels met hele lange poten. Door de veren lijkt het net of ze een legging aanhebben. Deze dieren zoeken lopend hun prooi en schoppen ze vervolgens dood. Ook slangen staan op het menu en als ze er één in hun klauwen krijgen, vliegen ze de lucht in en laten ze van grote hoogte vallen. Tsja, dan zal de prooi ook wel dood zijn.
Even een dutjeRond lunchtijd komen we aan bij de kolossen van de rivier. De naam ‘Hippo Pools’ zegt natuurlijk al genoeg. Talloze nijlpaarden, waarvan er één met jong, liggen op de oever in het zonnetje een dutje te doen, maar net zoveel liggen er onzichtbaar in het water. Met grote regelmaat komt er een enorm lijf van onder het wateroppervlak naar boven, klinkt er even een kort gesnuif en verdwijnt de kop weer. Af en toe verschijnt er een exemplaar dat flinke littekens heeft van gevechten met krokodillen, de grootste concurrenten om ruimte in de rivier. Andere nijlpaarden lopen vanaf de oever het water in en verdwijnen al snel onder het donkere oppervlak. Nijlpaarden hebben geen zweetklieren en kunnen zichzelf niet afkoelen, waardoor ze op het koele water zijn aangewezen. Pas in het donker komen de grote dieren aan land om op grote afstand van de rivier te grazen. Na een hele rits foto’s gaan we in de buurt picknicken en wordt het langzaam tijd voor de terugrit richting ons kamp.

Onze chauffeur neemt een binnendoor weg en we komen langs een enorme vlakte vol dieren. Dit is wat Masai Mara tot één van de beroemdste parken maakt. Duizenden gnoes, zebra’s, antilopen en andere dieren staan te grazen. Dat dit ook een goed lunchgebied is voor de talloze roofdieren, is te zien aan het aantal skeletten dat er ligt.
Onder een paar struikjes liggen twee leeuwinnen een dutje te doen, maar als ze ons aan zien komen, staan ze op en gaan achter de struiken liggen. Het is alsof ze het weten en tot zover de mogelijkheid voor een paar mooi foto’s.
Onderweg zien we nog een paar keer de opvallende secretarisvogels, natuurlijk hordes olifanten en buffels en een jakhals, die zich schichtig uit voeten maakt als we stoppen.
We zijn niet al te ver meer van de poort als we ver weg een grote mannetjesleeuw in het veld spotten. Er staan geen andere busjes in de buurt, dus we zijn de eerste. Met enige moeite weten we in de buurt te komen, maar niet echt dichtbij, want helaas stroomt er een klein beekje waar we niet doorheen kunnen. Maar het geluk is dit keer met ons. Het dier staat op om te drinken en gaat daarna pal naast het stroompje liggen. Op nog geen drie meter afstand van ons busje ligt de grootste en meest onverschrokken jager van de savanne en kunnen we hem uitgebreid bekijken en bewonderen.
Dat de grote trek nog niet helemaal is afgelopen, zien we aan de andere kant van het weggetje. Een enorm lint gnoes en zebra’s trekt aan ons voorbij en de eersten zijn al honderden meters ver weg als de laatste ons passeert.

Bij het eten bespreken we de plannen voor de volgende dag en krijgen we te horen dat we ’s morgens direct naar Nairobi zullen vertrekken. Maar dat was niet de bedoeling, volgens ons plan hebben we nog een gamedrive tegoed. Zo positief als we over onze kok zijn, na een paar dagen zijn we niet al te blij meer met onze chauffeur annex gids. Enthousiaste verhalen over gidsen, die werkelijk elk beest weten te ontdekken en vervolgens vertellen over de dieren, zijn niet van toepassing op de man. Hij is best een goede chauffeur - maar ja hoe moeilijk is het om een busje te besturen - en weet zeker waar hij het over heeft, als je hem wat over de dieren vraagt, maar uit zichzelf vertellen en initiatief nemen is er niet echt bij. Ook overleg wat we de volgende ochtend of de rest van de dag gaan doen, is iets wat we zelf elke keer moeten aankaarten en dat is toch jammer voor een tocht die enkele honderden dollars per persoon kost.
Na het eten zitten we nog na te genieten bij het kampvuur, dat we zelf aan moeten houden als onze stoker na een half uurtje plotseling spoorloos verdwijnt. Om een uur of tien verdwijnen we naar onze tent, morgen weer vroeg op voor onze laatste dag safari.

Na het ontbijt stappen we in ons busje voor onze laatste gamedrive van deze week. Het eerste uur zien we maar bar weinig wild, maar je moet gewoon wat geduld hebben. Op een heuvel zien we een verdwaalde giraf en niet al te ver daar vandaan staat een jonge olifant een struik te slopen. Een stukje verder zien we aan de overkant van een dalletje beweging en als we goed met de verrekijker kijken, zien we een groepje leeuwen. Als we omrijden om er naartoe te kunnen komen, zien we in het veld een paartje jakhalzen lopen, op zoek naar eten. Dan moeten we op de remmen, want er komt een enorme groep olifanten op ons af. We kunnen geen kant op en wachten rustig af wat er gaat gebeuren. Gelukkig voor ons is een riviertje voor de olifanten interessanter en kunnen we rustig blijven staan. En terwijl wij genieten van de drinkende kolossen, loopt er ook nog een groep migrerende gnoes langs. Elke dag is het weer een verrassing wat je te zien krijgen en geen enkele dag zijn we teleurgesteld.

Olifantenmoeder met jongAls we terugkomen in ons kamp is alles al opgeruimd. Kokki heeft onze tent al afgebroken en alles staat klaar om ingeladen te worden. Dwars door de bush rijden terug richting Narok, maar ook daarna is de weg niet om over naar huis te schrijven. Ronduit slecht dus. Als de weg eindelijk fatsoenlijk en verhard is, trekt de lucht dicht en begint het te regenen. We stoppen tussen de buien door nog even bij een uitzichtpunt over de Rift vallei, voor we de laatste kilometers naar Nairobi afleggen. Onze safari zit erop.
Bij het reisbureau blijken onze tassen daar helemaal niet te staan, maar in de auto van touroperator Eric te liggen. We laten ons al vast naar het hotel brengen, terwijl Eric belooft om zo snel mogelijk naar ons hotel te komen met de baggage.
Het eerste hotel wat we proberen, blijkt nog maar één kamer vrij te hebben, dus we moeten naar een ander. Gelukkig hebben we voor Laura en Barbara kwamen al goed rondgekeken en al snel daarna regelen we een paar zeer fatsoenlijke kamers.
Terwijl Pam en ik buiten op de bagage wachten, staan we ons te verbazen over de chaos op straat. Het verkeer komt bijna niet vooruit en overal op de stoepen staan verkopers met kraampjes. Meer dan een omgekeerde doos met een kartonnen plaat erop, zijn het niet. En ook allemaal verkopen ze één of ander van hetzelfde. Kleding, schoenen, telefoonaccessoires, aardappelschrapers, je kan het zo gek niet bedenken.
Als we onze spullen eindelijk hebben, stap ik snel onder de douche. Na een hele week kamperen, wordt het ook tijd om weer een wasje te doen. Ik sta ruim een uur onder de heerlijk warme straal. Als Pam mijn plek onder de douche inneemt en met een hoofd vol shampoo staat, houdt het water er ineens mee op. De receptie weet te vertellen dat de hele wijk zonder water zit, een probleem waar ze sinds een week regelmatig mee kampen en dat niet even opgelost kan worden. Als alternatief regel ik een emmer water, zodat Pam zich in ieder geval kan afspoelen. Helaas blijkt die wel koud te zijn.
We eten in het hotel en voor nog geen twee euro per persoon laten we het ons goed smaken. Voor de liefhebbers van Hollandse pot, is er de Keniaanse versie van de stamppot, met aardappelpuree, erwten en maïs. Een flinke schep jus erover en smullen maar. Heerlijk na weken van rijst en spaghetti. Moe maar voldaan zoeken we ons bed op. Na een week op matjes genieten we des te meer van de lekkere bedden en voor we het weten, zijn we allebei in dromenland.


Vorige verhaal                                                  Volgende verhaal

 Enkeltjebangkok filmnieuws ‭[1]‬
 Enkeltjebangkok filmnieuws ‭[2]‬