Site Logo   Help
Enkeltje Bangkok :
Home > Verhalen > Kenia > Lake Nakuru 09-11-2007
Foto's
 Dag 427 t/m 428: Lake Nakuru

Gisteren werden we al getrakteerd op een heus tropisch buitje en vanochtend is het weer egaal grijs als we opstaan. Hoewel de temperatuur heerlijk is, laat de volgende regen niet lang op zich wachten. De tent is nog nat en als we hem afbreken en uiteindelijk moeten we ook nog even in onze ‘keuken’ schuilen. Als alles weer in de bus zit, doen we de laatste gamedrive in Samburu. Deze keer zien we heel weinig wild. Of we zijn aan de late kant of de dieren houden zich ook schuil vanwege het weer.
De weg vanuit het park richting Lake Nakuru is erg slecht. Veel meer dan een karrenspoor lijkt het op sommige stukken niet. We installeren ons met een hapje, drankje en wat leesvoer binnen handbereik, want deze tocht gaat zo’n zeven uur duren. Een groot deel van de dag rijden we door uitgestrekte vlakten, waar weinig te zien is. Af en toe passeren we een klein dorpje, wat meestal uit niet meer dan een handje vol plaggenhutjes bestaat. In en rondom de dorpjes is het een puinhoop en overal ligt rotzooi en afval.

Trucje met het water op de EvenaarIn een dorpje in de buurt van Nakuru stoppen we ineens. Volgens onze chauffeur Michael zijn we op de evenaar beland. Hoewel de evenaar een toch altijd tot de verbeelding sprekend iets is, valt het altijd tegen om erop te staan. Want waar sta je eigenlijk op? Links en rechts, alles ziet er hetzelfde uit en toch is het bijzonder om met één been op het noordelijk en één been op het zuidelijk halfrond te staan. Tenminste, dat maken ze ons hier wijs. Meer dan een bord en een souvenirshop is er niet te zien. De knul van de shop komt naar ons toegesneld en wil ons het bekende waterfenomeen laten zien. Hij heeft een emmertje bij zich, waar onderin een gaatje zit. Op het noordelijk halfrond vult hij het emmertje, legt een lucifer in het water en we zien hoe het houten stokje linksom draait terwijl het water er aan de onderkant uitloopt. Enkele meters verderop, op het zuidelijk halfrond herhaalt hij dit en dan draait de lucifer rechtsom. Natuurlijk kunnen we het niet laten om precies op de evenaar het spelletje te herhalen en daar draait de lucifer niet, precies boven het gaatje. Hebben we hier te maken met het echte natuurverschijnsel, waarbij je het water in de gootsteen op het noordelijk halfrond ook de andere kant op ziet draaien dan op het zuidelijke? Of is de jongen de Afrikaanse Hans Klok? Bijzonder is het in elk geval wel. Nu zou de shop de shop niet, zijn als ze niet probeerden om een commercieel slaatje uit deze locatie te slaan. Eerst wil iemand wel foto’s van ons maken, maar daar bedanken we hartelijk voor. Dat doen we zelf wel, want geheid dat het weer geld gaat kosten. Daarna krijgen we een certificaat in de handen gedrukt. Voor drie euro per persoon mogen we hierop onze naam invullen, krijgen we een stempel en kunnen we het ding thuis ophangen. Logischer is dat die na thuiskomst gewoon ergens in een doos verdwijnt. Dat ding hoeven we dus niet, maar een stempel van de evenaar, dat lijkt ons wel wat. En dan in ons paspoort, gewoon bij het visum van Kenia. Nog even over de prijs onderhandelen en dan drukt de knul de stempel op een krant, zodat we kunnen zien wat erop staat. En dat is maar goed ook. Want we zijn gelijk genezen. Een stempel met de naam van de shop en een postbusnummer, dat is zijn ‘Evenaar-stempel’. Die hoeven we dus ook niet. We attenderen hem er nog wel even op dat het misschien wel ietsje slimmer is als hij een fatsoenlijke en mooie stempel laat maken, waar toch minstens het woord Equator in voorkomt. De rest van de shop staat boordevol met houtsnijwerkjes in alle soorten en maten en we vermoeden dat er gelijk iemand aan het snijden geslagen is, nadat wij vertrokken zijn. Enigszins beteuterd blijven de locals achter als wij zwaaiend wegrijden. Geen geld voor een houtsnijwerkje, niet om foto’s te maken, niet voor het waterkunstje en nu ook nog niet voor het geweldige certificaat of alleen de stempel.

Een paar kilometer verderop stoppen we opnieuw. Hier zijn de Thompson watervallen. Als we nog zo ongeveer met één been in onze bus staan, vliegen de eerste mensen al weer op ons af. Eerst even een babbeltje: hallo, hoe gaat het, wat is je naam, mijn naam is huppeldepup en dan komt het verlossende zinnetje: ‘You want to look in my shop?’ Onze no’s lijken ook hier aan dovenmansoren gericht te zijn en bedanken heeft ook geen zin. Dus maar gewoon weer op de botte manier. ‘Nee, ik wil niet kijken, ik vind het niet mooi en het is allemaal veel van hetzelfde en je moet me niet langer lastigvallen, dankjewel’. Bij de watervallen staan een paar leuk gepimpte mensen. Hoewel ze er met hun hoofdtooien, flitsende jurken, kleurrijke lappen en lichaamsbeschilderingen erg fraai uitzien, lijkt het ons wel erg op een Efteling attractie. Als dit ons het gevoel moet geven dat we een stukje authentiek Kenia te zien krijgen, dan slaan ze de plank toch wel heel erg mis en nee, we willen ze vooral niet op de foto zetten. Een man met een kameleon krijgt Ries en Babs zo ver dat ze met het beestje op de arm op de foto gaan. Tuurlijk moet het beestje ook eten en voor niks gaat de zon op. 200 Schilling per persoon graag. Maar dit is Afrika, dus achteraf gaan ze de onderhandeling met de man aan. Uiteindelijk bieden ze hem één dollar en daar kan hij het mee doen. Mooie inkomstenbron toch, en dat in een land waar de meeste mensen nog geen vier dollar per hele dag verdienen. Met werken wel te verstaan.

Duizenden roze flamingo's en pelikanenHet is al laat in de middag als we bij Nakuru National Park aankomen. Jaren geleden ben ik ook hier al eens geweest, maar behalve flamingo’s, flamingo’s en nog meer flamingo’s kan ik me er niet zo veel meer van herinneren. En nu weet ik ook weer waarom. Er zijn flamingo’s daar!! Duizenden, misschien wel een miljoen. En nog voordat we via de poort het park inrijden, zien we ze in de verte al in het meer staan. Het lijkt alsof er een roze gloed boven het water hangt.
We zijn benieuwd waar ons onderkomen voor de nacht is, want Michael heeft ons verteld dat we vannacht niet kamperen. Geen idee waarom de kampeersafari verplaatst wordt naar een hut of zoiets, maar stiekem vinden wij dat niet zo erg. We verlangen wel naar een fijne douche, zonder dat we de bavianen in het oog moeten houden, een toilet die uit wat meer bestaat dan een smerig houten hok met een gat en een fijne matras in plaats van de dunne kampeermatjes. Michael heeft de vaart er goed in, want we moeten blijkbaar eerst onze spullen naar de overnachtingplaats brengen en daarna gaan we een gamedrive doen. Eerst passeren we enkele losse hutjes en terwijl we doorrijden denken we nog ‘oh jammer, dat we daar niet stoppen, helaas’. Maar dan rijden we een lang pad in, waar aan het einde een huis staat. En dat is ons onderkomen voor de nacht. Een huis wat lijkt op het kleine huis op de prairie. Rondom het huis is een tuin. Of zo noemen we hem in elk geval, bij gebrek aan een beter woord. Eigenlijk is het huis gewoon zo maar ergens op de prairie neergezet, midden in het savannelandschap en we kunnen honderden meters ver kijken. Links en rechts staat een boom en overal lopen impala’s, herten en andere bambi-achtigen rond, afgewisseld door zebra’s en buffels. Het lijkt wel alsof we op de set van Out of Africa beland zijn. Wat een machtige plek om te verblijven!! Er is een badkamer met warme douche (mits het vuurtje onder ketel goed brandt), een keuken en een zeer ongezellige woonkamer. Vanuit de slaapkamer kijken we recht op de uitgestrekte velden uit en de klamboes moeten ons behoeden voor lekprikacties door de vele muggen die hier wonen.

Maar eerst gaan we nog snel een gamedrive doen. Gamedriven is een serieuze aangelegenheid en aan strikte regels gebonden. Niet van de paden af, niet uit de auto en vooral niet na zonsondergang in je auto rondrijden. Vanmiddag gaan we naar (hoe kan het anders) het meer met de flamingo’s. Eerst maken we nog een stop bij een groot gat in het pad. Daar blijkt een leguaan verwoed aan het graven te zijn. Als hij ons ziet, komt hij zijn gat uit en sjokt rustig weg. Aan pottenkijkers heeft hij blijkbaar geen behoefte. Vreemd ook dat hij zijn hol nu precies midden op het pad moet maken. Aan ruimtegebrek kan het niet liggen.
Bij aankomst bij het meer blijkt dat we hier toch uit de bus mogen. En zo staan we aan de rand van het water en kijken uit over de ontelbare roze flamingo’s, die kwetteren, plonzen, aan komen vliegen en van pootje verwisselen. Tussen de flamingo’s staan nog marabu’s en grote groepen pelikanen. We maken tientallen foto’s, zo mooi is het hier. Boven ons hoofd komen de pelikanen aanvliegen. Je hoort ze gewoon oversuizen, zo groot zijn ze. De flamingo’s doen het wat rustiger aan en landen wat verderop in het water. Het begint al te schemeren als we terug rijden naar ons kleine huis op de prairie.

Uitzicht vanuit ons slaapkamerraamOnze kokki overtreft vandaag - in een echte keuken - zijn kookkunsten helemaal. Na het eten overleggen we of we ons plan niet om kunnen gooien. In plaats van één nachtje Nakuru en drie nachten Masai Mara willen we graag twee nachtjes Nakuru en twee nachtjes Mara doen. Het huis geeft de doorslag, hier willen we wel een dagje extra rondhangen. Zo gezegd zo gedaan.
Bavianen hebben we hier nog niet bij ons huis gezien. Maar onderweg naar het meer wel. Ze waren in grote groepen en blokkeerden soms letterlijk de doorgaande paden. Vooral de grote mannetjes keken ons smerig en dreigend aan. Met de toezegging van onze huisbaas hier, dat er echt, heel echt, geen bavianen in het kleine huis op de prairie komen, zijn we dan ook erg blij. De kakkerlakken, die we ervoor in de plaats krijgen, nemen we dan ook luchtig op de koop toe. Als het donker is, hebben ze de keuken in grote getalen gevonden. Niet zo moeilijk en vreemd trouwens, want onze kokki vindt het allemaal erg logisch om de restanten van het avondeten, inclusief vers fruit, gewoon zo op het aanrecht te deponeren. Ze lopen over het eten, de borden, kopjes en schalen. Maar onze frisdrank en biertjes staan veilig en afgesloten in de koelkast, dus we zien het stoïcijns aan, doen het licht uit en sluiten de keukendeur achter ons. Morgen als het licht is, zijn ze vast weer allemaal vertrokken. Je moet het allemaal niet zo nauw nemen, we zijn tenslotte op safari en een zwermpje kakkerlakken is altijd nog te verkiezen boven een groep hondsdolle bavianen met smerige blote konten.

Buiten ligt een soort olievat, met daaronder een stookplaats. De huisbaas heeft er hout in gelegd en de boel ligt vrolijk te smeulen als we onder de douche gaan. Maar smeulen blijkt toch niet helemaal voldoende te zijn voor een lekkere warme douche. Ik ben bijna klaar met douchen als het koude water eindelijk lauw wordt en als Ries als laatste wil gaan, is er alleen nog erg koud water. Een dagje meer of minder maakt ook niet meer uit. We zijn toch al ranzig en het begint te wennen. Misschien houdt een ranzig lijf de muggen ook wel beter op afstand. Laura heeft er nog steeds geen vertrouwen in en spuit een halve fles muggenkiller Doom in de slaapkamer leeg. Nog even een brandende mosquitocoil erbij, klamboes omlaag en dan zouden de dames toch een redelijk mugvrije nacht moeten hebben. Wij vertrouwen op onze klamboe.
Ondanks dat we eigenlijk de hele dag bar weinig doen, behalve een beetje in de bus zitten en naar buiten kijken, zijn we elke avond doodmoe. Kopje koffie na het eten en dan is het tijd om een flinke dut te gaan doen. Terwijl Ries zijn tanden nog poetst, sta ik voor het slaapkamerraam en vraag me af wat is voor vreemd geroffel ik buiten hoor. En als ik het gordijn optil, zie ik zo maar, op enkele meters afstand een groep van wel vijftien zebra’s voor ons raam staan. Hoewel er in de wijde omgeving nergens licht is, kunnen we ze in het maanlicht redelijk zien. Jeetje, wat is dat bijzonder. Laura komt er ook nog bij en met z’n drieën staan we te genieten van deze wildernis, gewoon zo rondom ons huis. Dat we hier gewoon ’s nachts een plasje kunnen doen, geeft wel een wat veiliger gevoel.

'Mijn' boom'De volgende dag gaan we al weer vroeg op pad. Vanochtend is de speurtocht naar de witte neushoorns en we hebben nog geen kwartier gereden als we het eerste exemplaar al zien. Een kolos, die een dutje langs de rand van het pad aan het doen is. We staan een tijdje stil om het beest goed te bekijken, maar er zit weinig leven in. Michael is ervan overtuigd dat we er nog meer gaan zien en dan rijden we verder. Ergens bij een klein meertje belanden we in een soort bambi-buffel-zebra tafereeltje. Tientallen beesten lopen door elkaar en drinken uit het meertje, waar de bekende pelikanen en andere vogels een bad nemen. Op dit tijdstip van de dag, als de zon net op is, is de natuur op haar mooist.
Een stukje verderop staat ‘mijn’ boom. Geen idee hoe ‘mijn’ boom in werkelijkheid heet, maar zo lang als we al in Afrika zijn, speur ik naar mooie plaatjes van ‘mijn’ boom. Deze boom is er in verschillende soorten en maten, maar de meest bijzondere is degene waarbij het bladerendak de vorm heeft van een paraplu. En dan een paraplu die er bij voorkeur uitziet alsof ‘ie zojuist een zware storm getrotseerd heeft. Op de ideale foto sta ik onder ‘mijn’ boom, met de ondergaande zon op de achtergrond. Helaas is de zon zojuist pas opgekomen, rijden we er aan de verkeerde kant lang én mag ik helemaal niet uit de bus. Een stukje verderop staan drie neushoorns en eigenlijk vind ik het wel prima om de boom de boom te laten. Alleen de boom – zonder mij erbij – levert ook een mooi plaatje op.

Dit deel van het park is groot en wijds en ondanks dat er weinig bomen en struikjes voor het wild zijn, om zich te verschuilen, lopen er hele kuddes zebra’s, buffels en antilopen. Ze worden afgewisseld door neushoorns en een groepje warthogs, ofwel de wrattenzwijnen. Het zijn dartele beesten, die er als een speer vandoor gaan zodra we ze te dicht naderen, staartjes als een antenne omhoog en rennen maar. Bij het meer gaan we weer uit de bus om de roze massa van flamingo’s te bekijken. Eén neushoorn staat een eindje verderop en met een half oog houden we hem in de gaten. Omdat hij staat te grazen gaat er geen enkele dreiging vanuit, maar Michael vertelt ons dat ze levensgevaarlijk kunnen zijn. De meeste doden vallen overigens niet doordat ze aangevallen zijn door een leeuw of een cheeta, maar door buffels, olifanten, nijlpaarden en neushoorns. Vooral voor de buffels en olifanten zijn zelfs de gidsen en chauffeurs bang. Zij kunnen zonder reden aanvallen, terwijl de andere dieren dit pas doen als ze zich echt bedreigd voelen. Zo kun je rustig op twee meter afstand vanuit je bus naar een leeuw kijken, die een zojuist gevangen zebra verorbert. Maar als je binnen een straal van vijftig meter van een olifant of buffel bent, wordt het echt tijd om er als de wiedeweerga van door te gaan. Ries sluipt gebukt in de richting van de neushoorn om nog wat foto’s te maken. Maar ondanks dat hij achter een soort walletje ligt, komt het beest ongemerkt en quasi nonchalant elke keer wat dichterbij. Dan wordt het tijd om te gaan, vinden we.
Oh zo lelijk....Terug in ons kleine huis verorberen we een ontbijtje en daarna lummelen we wat in en rond het huis. Michael, kokki, onze huisbaas en zijn hulp gaan naar de stad om inkopen te doen. De huisbaas drukt ons op het hart om het huis niet te verlaten. Geen wandelingetjes in de omgeving, geen speurtochten achter het huis of buiten de stoepen, die rondom het huis liggen. ‘Very dangerous’, zegt hij. Aangezien we op een paar honderd meter afstand een enorme kudde buffels zien staan, willen we hem best geloven en we doen dan ook braaf wat hij ons opdraagt. Babs gaat buiten een boekje lezen en houdt in de tussentijd de afstand van de buffels tot ons in de gaten en Ries en Laura doen hun best om een dikke boomstam in kleine stukken te kappen. Het houtvuurtje onder de waterton moet wat opgestookt worden, want we willen alle vier een warme douche. Ik maak een filmpje en voel me net even zo’n National Geographic verslaggever. Daarna nog op de schommel, die aan een geweldige boomtak hangt. Deze boom - de jacaranda - heeft bijna geen blad, maar des te meer paarse bloemetjes. Zo’n boom wil ik thuis wel in de tuin, voor later. Dat de boom groter is dan de hele tuin, is een bijkomstigheid waar ik nog even over na moet denken. Maar zo ver zal het vast nooit komen, want geheid dat deze boom van veel meer zon en warmte houdt dan hij ooit in Nederland zal krijgen. Na een uurtje komt er een jeep ons pad opgereden. Nieuwe gasten. Helaas moeten we ons kleine huis vandaag gaan delen met een andere groep Nederlanders. Ze komen uit Masai Mara en klagen steen en been over de beperkte hoeveelheid gnoes en buffels die ze daar gezien hebben. Blijkbaar dachten ze hier te zijn tijdens de grote trek, de migratie van miljoenen dieren van Masai Mara naar Serengeti. Beetje dom wel, want de trek is al grotendeels achter de rug.

Die flamingo's lijken wel waterleliesAan het einde van de middag gaan we weer fijn een stukje rijden. Hoewel onze Michael een prima chauffeur is, heeft hij niet helemaal begrepen dat communicatie ook een deel van zijn werk is. Elke keer is het maar de vraag waar we heen gaan, welke dieren we gaan proberen te spotten en hoe lang we wegblijven. Deze keer rijden we niet naar het meer en we concluderen daaruit dat het flamingofeest afgelopen is. Oké, die hebben we al wel genoeg gezien, maar wat gaan we dan doen? Hij gaat steeds harder rijden en dat is nodig ook, want achter ons is de lucht intussen inktblauw geworden en het ziet er erg dreigend uit. De wind is flink aangewakkerd en de eerste regendruppels beginnen te vallen, als we via een slingerweg tegen een berg oprijden. Op de top is een uitkijkpunt en het meer met de duizenden flamingo’s ligt onder ons. Van hieraf lijkt het net of heel de rand van het water bedekt is met roze waterlelies. We moeten tassen, petjes en zonnebrillen goed vasthouden, want het scheelt niet veel of alles waait weg, zo gaat het te keer. En als het niet vanwege de wind is, kan je tas of bril zo maar verdwijnen in de grijpgrage handjes van de apen, die ook hier in grote getalen aanwezig zijn. Als we een flink gil en een schreeuw achter ons horen, zien we een aap er met de plastic tas van een toerist vandoor gaan.
Het is doodzonde dat onze Michael niet op het idee gekomen is om eerder op de middag deze kant op te gaan, toen het nog zonnig en onbewolkt was. Het zicht wordt zo slecht dat we de overkant van het meer niet meer kunnen zien en de zon houdt het voor vandaag voor gezien. Als we terug richting ons huis gaan, spotten we nog giraffes, een waterbok en een hyena. De rest van de dieren is vast ergens dekking gaan zoeken tegen de regen en de wind.

’s Avonds doe ik verwoede pogingen om een eerste selectie uit de meer dan vierhonderd foto’s van hier te maken. Het is flamingo, flamingo, flamingo wat de klok slaat, afgewisseld met tientallen foto’s van neushoorns, giraffen en waterbuffels. In Ethiopië waren het vooral de lokale mensen, die we op de foto’s zetten, hier is nog geen Keniaan te zien. Misschien omdat de dieren een welkome afwisseling vormen, ze erg fotogeniek en bijzonder zijn of misschien gewoon omdat ze er geen geld voor vragen en dat is wel zo relaxed fotograferen.


Vorige verhaal                                                  Volgende verhaal

 Enkeltjebangkok filmnieuws