Vandaag is het maandagochtend en dan vindt de weekmarkt in Turmi plaats. Het is een drukte van belang, met vooral veel Hamermensen, die een flink stuk vanuit hun nederzetting naar de markt hebben moeten lopen.
Op een terrasje nuttigen we een colaatje en de eerste mannen zitten al aan het bier. Ries babbelt wat met een lokale knul, die wonderbaarlijk goed Engels spreekt. Hij wil graag even onze Lonely Planet zien, om te lezen wat er over Turmi en de Hamer geschreven wordt. Gelijk wijst hij erop dat een aantal dingen niet helemaal juist zijn of onvolledig.
Wat de Hamer hier op de markt nu precies komen doen, is ons niet duidelijk. Eén deel bestaat uit souvenirs en andere snuisterijen, het andere deel uit wat kleding, balen stro en er wordt een poeder verkocht, waarschijnlijk oker. Het lijkt er meer op dat ze hier komen voor de social talk, getuige het aantal mensen wat gewoon ergens op een stoeprand zit, rondhangt en met elkaar praat. We kunnen het toch niet laten om een vreemdsoortig krukje te kopen. Het is een minuscuul ding en als je niet gezien hebt hoe ze het hier gebruiken, kunnen ze je er alles over wijsmaken, zo’n vreemde vorm heeft het. Alle mannen lopen ermee rond en ze gebruiken het te pas en te onpas om erop te gaan zitten.
Na de markt vertrekken we richting Konso. De route voert door een dor en droog landschap. Kindertjes staan weer langs de weg te schreeuwen om ‘Highland, Highland’ en aangezien we ons flessenvoorraadje van de afgelopen dagen niet aan de Mursi afgegeven hebben, kunnen we dat nu mooi doen. Ondanks dat we vaak niet meer dan dertig kilometer per uur rijden, lijkt het toch alsof we voorbij razen. Ries heeft zijn raampje voorin open en met regelmaat gooit hij een fles naar buiten. Als we dan door het achterraampje naar buiten kijken, zien we de kindertjes er verheugd op afvliegen. Soms zijn we even heel sarcastisch en zeggen tegen elkaar dat we proberen iemand te raken. Grapjes die niet leuk zijn, en die alleen voortkomen uit frustraties van de bezoeken aan de Mursi en de Hamer. Gelukkig is Ries een goede gooier en hij weet de flessen netjes naast de kinderen neer te laten komen.
Naast het ‘Highland, Highland’ schreeuwen ze ook steeds wat anders. Het lijkt alsof ze heel gebiedend ‘You, You’ roepen, vrij vertaald ‘Hé jij!!’ Dat krijgen we op de markt, in de dorpjes, tijdens het foto’s maken en eigenlijk overal met grote regelmaat te horen. Voor ons klinkt het alsof je iemands aandacht op een zeer negatieve en gebiedende wijze wilt trekken, alleen is het vreemde dat ze het continu blijven herhalen, zelfs als ze onze onverdeelde aandacht al lang hebben. Abbi weet ons te vertellen dat dit de Ethiopische manier is om iemand aan te spreken en het is niet zo onaardig bedoeld als het voor ons overkomt. Al honderden keren hebben we het gehoord en soms gaat het gepaard met duwen, trekken, knijpen of gewoon pontificaal voor je voeten gaan lopen. Dan wordt het ‘You, you, name!!!!!’ Oh, ze willen onze naam weten? Vanaf heden besluit ik iedereen te vertellen dat ik ‘You’ heet, zo word ik tenslotte in het hele land aangesproken. Ries besluit dat zijn naam vanaf nu ‘My Friend’ is.
Annemiek wil graag een foto van een groepje hutjes in een dorpje maken en bij het eerste gehucht stoppen we dan ook. Niet slim, blijkt al snel, want het fotograferen van verlaten hutjes zit er niet in. Volwassenen en veel kinderen drommen om de auto en er moeten vooral weer tegen betaling foto’s van hen gemaakt worden. Daarna zo maar wegrijden zit er ook hier niet in. Hoewel we gewoon op de doorgaande weg staan, niet meer dan vijf meter van de auto vandaan gelopen zijn en ons bezoekje al met al nog geen tien minuten geduurd heeft, moet er betaald worden omdat we in het dorp gestopt zijn. Wij weigeren pertinent, maar Abbi draait zijn raampje open en betaalt de gevraagde vijfenhalve euro. Aangezien hij er ook niks aan kan doen dat deze geldwolven zijn landgenoten zijn, betalen we hem snel terug. Abbi vertelt dat er normaal gesproken in dit Hamer dorp gestopt wordt voor een uitgebreider bezoek. Maar omdat wij gisteren al meer dan genoeg Hamer gezien hebben, stond dat niet meer op onze planning. Dat kunnen de Hamer blijkbaar niet waarderen en deze inkomstenderving wordt gelijk goedgemaakt door ons gewoon de volle mep te laten betalen. Als we tevoren geweten hadden, zouden we Abbi vooral niet gevraagd hebben om te stoppen, maar juist om veel gas te geven.
In Konso vinden we een best aardig hotelletje. Eerst nog even dreigen dat we alle vier weer weg gaan, als de eigenaresse Wendy en Annemiek een hogere prijs wil laten betalen, omdat ze van hetzelfde geslacht zijn. Dat vindt ze niet leuk en dan mogen de dames hetzelfde betalen als wij.
Nadat we in Jinka geen stromend water hadden en in Mursi in het smerige douchehok met koud water stonden, hebben we zin in een lekkere warme douche, in onze eigen badkamer. Helaas is er ook hier wat mis met de watertoevoer. De eigenaresse sluit elke keer de hoofdkraan af. Blijkbaar is ze bang dat wij uuuuren onder de douche gaan staan, maar daar hoeft ze echt niet op te rekenen, want er is helemaal geen warm water. Ries gaat op onderzoek uit en als de eigenaresse het niet ziet, zet hij de kraan gewoon weer open. Het is nog steeds een pisstraaltje, wat uit de douchekop komt, maar dan ben ik weer fris. Als Ries eronder wil gaan, heeft blijkbaar gelijktijdig één van onze buren de kraan opengedraaid en dat is te veel van het goede. Er is geen water meer. Vanavond laat nog maar eens proberen. Stroom was er al niet toen we aankwamen en de aggregaat kan blijkbaar alleen het restaurant van licht voorzien. Weer even zeuren bij de eigenaresse en dan kunnen we ook de lamp op de kamer gebruiken.
We raken aan de praat met een groepje luidruchtige Italianen. Zij zijn op weg naar Jinka en vragen ons hoe het daar is. In alle eerlijkheid vertellen we over onze ervaringen en gelijk vragen ze of ze dan niet beter gewoon naar Addis terug kunnen gaan. Nou, dat is misschien een ietwat te voorbarige conclusie, maar het is zeker handig om een beetje te weten in wat voor getrek en geduw je gaat belanden. Ze vertrekken richting een restaurant ergens in het dorp om hun plan de campagne eens goed door te spreken. Een paar uur later vragen we hen hoe het restaurant was en of er keus was uit meer dan spaghetti. Ze hebben een half uur zitten wachten voordat er überhaupt iemand kwam en toen zijn ze maar terug naar het hotel gekomen. Eén van de mannen, Roberto, heeft besloten dat hij hier in ons hotel zelf gaat koken. Als we vragen of we mee kunnen eten, klinkt er een volmondig ‘ja’. We volgen hem naar de keuken en het is gewoonweg lachwekkend wat zich daar afspeelt. De keuken is niet meer dan een hok, waar twee houtvuurtjes branden. Vijf lokale dames dralen om hem heen en bekijken wat hij allemaal aan het doen is. Er is één grote pan, één koekenpan, twee messen en een gammel tafeltje. Voor het gemak heeft Roberto besloten dat we spaghetti eten, veel meer kan hij met dit beperkte kookgerei voor acht mensen niet klaarmaken. Hij schreeuwt de locals toe dat ze naar de winkel moeten om tomaten en spaghetti te halen. De volgende krijgt de opdracht bij gebrek aan een lekker Italiaans wijntje een whisky cola te halen, onder het mom dat een goede kok tenslotte een drankje nodig heeft tijdens het koken. In eerste instantie is het een beetje gênant om te horen hoe hij de mensen toesnauwt, maar al snel wordt duidelijk dat dit wel nodig is, anders doen ze niks. Er zijn drie snauwen nodig om iemand zo ver te krijgen dat hij richting dorp gaat om tomaten te kopen. Er belandt een homp vlees op het tafeltje, wat natuurlijk eerst even goed schoongemaakt is met een smerige doek. Ik snij het vlees, de uien en het knoflook en hoor intussen van Roberto dat hij in Addis woont en daar leraar Italiaans is. Na een kwartier komt er iemand terug die twee blikjes tomatenpuree op het tafeltje zet. Het Italiaanse temperament van Roberto neemt gelijk de overhand als hij vol ongeloof schreeuwt ‘What is this!!! No, no, fresh, fresh. I need fresh tomatoos’ Maar er zijn geen verse tomaten te krijgen óf men snapt hem niet. We moeten het in elk geval met het prutje uit blik doen.
Vandaag eten we voor de zevende achtereenvolgende dag spaghetti en het smaakt niet zo heel bijzonder. Maar dat kan ook niet anders, als je alleen uien, knoflook, tomatenpuree en een stuk rundvlees tot je beschikking hebt. Gezellig is het wel en Roberto weet de gang er goed in te krijgen, als hij na het eten begint te zingen. Italiaanse, Nederlandse en Ethiopische liederen moeten afgewisseld worden en na niet al te lange tijd staan er wel vijftien Ethiopiërs lachend toe te kijken.
Vandaag is onze laatste dag van de toer. Wij gaan er in Yabelo uit en Annemiek en Wendy zullen met Abbi via Awasa terug naar Addis rijden. Vanaf Yabelo is het nog een aantal uren met de bus en dan staan we in Moyale, aan de grens van Ethiopië met Kenia.
Het is rond het middaguur als we in Yabelo aankomen en Abbi moet een aantal keer navragen of er nog een bus richting Moyale gaat. Het is allemaal heel onduidelijk en Abbi vertelt ons dat we ook aan de grote doorgaande weg kunnen gaan staan. Die ligt een paar kilometer buiten het dorp en daar kunnen we dan wachten tot er hopelijk een bus voorbij komt. Dat klinkt ons niet zo jofel in de oren. Als er al een bus komt, dan is de kans groot dat die overvol zit en doorrijdt en dan staan wij ergens in de middle-of-nowhere. Nee, dat wordt ‘m niet. In het dorp kunnen we ineens toch met een bus mee, maar die rijdt maar tot het plaatsje Mega, wat ongeveer halverwege de route ligt. We mogen de Faranji-hoofdprijs betalen en voor tien Birr extra wil de chauffeur ons in Mega dan ook nog wel de juiste bus naar Moyale aanwijzen. Nou, laat dat maar zitten, die zoeken we zelf wel. We krijgen in elk geval wel waar voor ons geld, want we mogen zelfs op een stoel zitten. Het gangpad staat helemaal volgepropt en het plateau naast de chauffeur biedt ook nog eens plaats aan zes mensen. Vreemd dat ze zich in het noorden van Ethiopië zo strikt aan de regels houden van geen mensen in de gangpaden en op elke stoel maar één persoon. Die regels schijnen in dit deel van het land niet te bestaan.
Het is een chaos en het duurt weer een uur voor we klaar zijn voor vertrek. Na drie uur stappen we in Mega uit en gaan voor een klein winkeltje op de stoep zitten. Hoewel de naam Mega iets mega’s doet vermoeden, is het niet meer dan een gehucht aan de doorgaande weg. De eigenaresse van het winkeltje komt naar buiten en geeft ons twee krukjes om op te zitten. Dat is nog eens aardig. Het eerste half uur worden we flink bekeken, maar niemand spreekt ons aan of vraagt waar we op wachten. We hopen nog steeds dat er een bus naar Moyale voorbij gaat komen, maar echt duidelijk is het niet. En anders zit er niets anders op dan in dit gat een overnachtingplaats te zoeken. We doden de tijd met een handen en voeten gesprekje met de eigenaresse van de krukjes. Ze spreekt geen woord Engels, maar wil wel graag op de foto, zonder er geld voor te vragen. Ohhh, wat een genot. De haren moeten even netjes gedaan worden, de sjaal om het hoofd wordt opnieuw geknoopt en de blouse wordt glad getrokken. Knippen maar. We geven haar een oer-Hollandse rode zakdoek met een landkaartje met de provincies erop kado. Nog even proberen we uit te leggen dat wij daar iets onder het midden in Den Bosch wonen, maar we twijfelen of ze überhaupt snapt waar Nederland ligt en dat wij daar vandaan komen. De eigen sjaal gaat af en de nieuwe rode wordt om het hoofd gebonden en weer moeten we een foto maken. Er wordt flink richting de camera gebaard en we maken hieruit op dat ze graag een afdruk van de foto wil hebben. Nou, dat kan, geef je adres maar, dan sturen we er eentje op. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Ze schrijft haar telefoonnummer op en wijst op een ouderwetse telefoon. Uhhh, moeten we bellen als de foto klaar is? Dat zal weinig zin hebben, want dan kun je hem niet zien en sterker nog, je spreekt geen woord Engels, dus wat moeten we überhaupt zeggen? Uiteindelijk gaat ze weg en komt terug met een briefje en iets wat op een postkantoor adres lijkt. Ach, Mega is niet zo megagroot, dus als we de foto maar in het dorp krijgen, dan is er vast wel iemand die haar erop herkent en hem af kan geven. Dit zijn weer de leuke en bijzondere ontmoetingen. Gelukkig, ze bestaan nog wel.
Dan komt de bus en het ziet ernaar uit dat we vandaag de grens gaan halen. Hebben we toch mooi een dag gewonnen en dat is fijn omdat we nog een busreis van twee dagen richting Nairobi in het verschiet hebben. Deze chauffeur vraagt ons een normale prijs en zegt dat we zelf mogen bepalen hoeveel we voor de bagage, die op het dak moet, willen betalen. Via de zakken koffie die in het gangpad liggen, proppen we onszelf op een veel te klein bankje achterin en zo leggen we het laatste deel van onze trip van ruim 3.500 kilometer in Ethiopië af.
Het is donker als we in Moyale aankomen en als we uitstappen, zegt de chauffeur dat we twintig Birr voor de twee rugzakken moeten betalen. Ja daag, voor ons tweetjes betalen we 28 Birr en nu zouden de rugzakken bijna net zo veel moeten kosten? Wat denk je zelf? En we mochten toch zelf bepalen wat we ervoor zouden betalen? Ries zegt de man dat we overal in Ethiopië één of twee Birr per tas moeten betalen en dat hij er vijf kan krijgen, meer niet. De man wordt boos en schreeuwt ons toe dat we het best kunnen missen. Of we het kunnen missen is voor ons geen issue, het gaat erom dat we opnieuw een poot uitgedraaid worden en daar hebben we onze buik meer dan vol van. Ries houdt hem nogmaals een biljet van vijf Birr voor en als de man het weigert aan te nemen, lopen we weg. Zak er maar in!!!
We nemen onze intrek in een heel basic hotelletje. Het is niet veel, maar voor drie euro per nacht voor een tweepersoonskamer mag je ook niet te veel verwachten. We hebben een soort van douche op de kamer, met ijskoud water en het gat in de grond is voor collectief gebruik. Als Ries hiervan terugkomt en zijn duim en wijsvinger bijna tien centimeter uit elkaar houdt om aan te geven hoe groot de kakkerlakken zijn, die er rondwandelen, weet ik genoeg. Ik plas wel in onze douche.
Moyale is een leuk grensplaatsje. Meestal zijn dit soort plaatsjes niet meer dan stoffige en smerige gehuchten, waar met een beetje geluk één restaurantje te vinden is, maar hier zijn er tientallen. Over klinkt oorverdovende muziek en gekleurde lampjes vrolijken de boel op. Bij één van die restaurants ontmoeten we een knul en we vragen hem of we hier spaghetti kunnen krijgen. We willen ons bezoek in Ethiopië in stijl afsluiten en dat doen we natuurlijk met spaghetti, voor de achtste keer op rij. Dit restaurant heeft wonderbaarlijk genoeg geen spaghetti op de kaart staan, maar hij weet een goed restaurantje, waar hij ons naar toe brengt. Er staan wat gammele tafeltjes en krukjes, maar het is er erg druk met locals. De spaghetti kost hier vijf Birr, iets meer dan een halve dollar. Duidelijk geen Faranji-prijs, zoals in de Omo Vallei, want daar betaalden we gerust drie dollar per persoon. En om eerlijk te zijn, deze achtste spaghettimaaltijd is ook nog de lekkerste van allemaal.
Na het eten doen we nog wat inkopen voor tijdens de busrit van morgen en we maken een babbeltje met de lokale kapper. Niemand valt ons lastig en het is leuk om hier gewoon op een stoepje te zitten. We bespreken voor de laatste keer onze reis door Ethiopië, wat we mooi vonden en vooral wat we van de mensen in het zuiden vonden. Daar kunnen we kort over zijn. Die vonden we erg onvriendelijk, niet gastvrij en erg geldbelust. Ter plekke introduceren we een nieuw werkwoord: Mursiën, dat zoveel betekent als ‘Wat van jou is, is van mij en ik wil het zo snel mogelijk hebben.’ ‘Ik biets een sigaretje’ wordt vanaf nu ‘ik mursie een sigaretje’ en ‘mag ik het laatste snoepje’ is nu ‘mursie mij even het laatste snoepje.’ Mursiën wil vooral zeggen dat je iets leent, wat je vervolgens niet meer teruggeeft.
Jammer dat ons bezoek aan de mensen in het zuiden zo’n impact heeft op het algehele beeld bij Ethiopië. De mensen in het noorden zijn veel aardiger, de natuur daar is overweldigend en in dit Afrikaanse land kun je eens meer doen dan alleen wildparken bezoeken. Hopelijk is de houding en het gedrag van deze lokale stammen niet bepalend voor de rest van Afrika, want we kijken toch wel erg naar Kenia uit.
Vorige verhaal                                                  Naar Kenia