Van uitslapen komt vandaag niet veel. Rond half zes worden we ons bed uit getoeterd en getrommeld. Een stelletje idioten heeft het in hun hoofd gehaald om op moederdag een optocht te organiseren en met luide muziek door de straten te trekken. Maar als de stoet voorbij is, draaien we ons nog een keer lekker om en slapen tot de wekker gaat.
We sturen onze moeders de mailtjes met de nieuwste foto’s vanuit de bakkerij, we weten gewoon dat dat erg op prijs wordt gesteld, en laten ons daarna met de taxi naar het busstation brengen.
De bus is ruim en zit niet vol. En toch vertrekken we weer een kwartier te laat. Blijkbaar is er een passagier nog niet en wachten we daarop. Dat is handig, dan weten wij dat ook meteen, voor als we een keer wat later zijn.
Na een uurtje rijden we Juliaca in en de bus loopt meteen helemaal vol. We kijken elkaar aan en snappen precies waarom de mensen zo’n haast hebben om daar weg te komen. Juliaca is een ontzettend depressief plaatsje en we zijn blij dat we geen kaartjes tot daar hebben geboekt. En als dat wel het geval zou zijn, zouden we onze kaartjes direct om laten boeken tot Cusco. We komen wel vaker op vreemde plekken waarbij we het dan niet eens erg zouden vinden om te stranden. Maar van Juliaca worden we echt erg verdrietig.
De busrit wordt allengs mooier als we de grote hoogte van het Titicacameer achter ons laten. Er verschijnen bomen op de hellingen en in de dalen, er zijn weer riviertjes en op elk vlak plekje doet men pogingen tot landbouw. Ook is het hier niet zo koud als aan het meer, tenminste als we onze vingers mogen geloven die we soms even door het raampje naar buiten steken. Of te voelen aan de wind, als we het zijraam flink opendoen om de ranzige eetluchten van onze buren te verdrijven.
Op diverse plaatsen staan mensen langs de weg en als ze hun hand opsteken, stopt de bus tot onze verbazing gewoon. Het lijkt wel Afrika, waar dit heel normaal is, maar we hebben het in Zuid-Amerika nog niet meegemaakt. Als de chauffeur nog geen honderd meter na een busstationnetje opnieuw stopt voor een groepje wuivers, waarschijnlijk mensen die geen zin hebben om de één Sol busstationbelasting te betalen, beginnen verschillende passagiers te klagen en roepen ‘vamos, vamos’. Het is voor het eerst dat passagiers zich tegen het rijgedrag van een chauffeur verzetten. Overal wordt klakkeloos geaccepteerd dat bussen om de haverklap stoppen, alternatieve routes rijden omdat de chauffeur iets of iemand op moet halen en doorgaans altijd te laat zijn. Peruanen zijn niet zo meegaand en dat is een aangename bijkomstigheid.
In Cusco nemen we een taxi naar de Plaza de Armas. Het plein dat je in elk dorp en stad tegenkomt. Erg handig als je het centrum zoekt, je hoeft alleen maar naar de Plaza te vragen.
We lopen een stukje met onze rugzakken op zoek naar een hotel. Een wat beter hotelletje dan de eeuwige budgettenten deze keer en we lopen bij diversen naar binnen. Normaal vragen we altijd eerst of men een kamer beschikbaar heeft en als tweede wat deze dan kost, nu is onze tweede vraag of er verwarming is. Na al die weken kou lijden hebben we warmte verdiend.
Op een blok afstand van het plein vinden we een prettig hotel met verwarmde kamer en een heerlijke grote badkamer. En met wat onderhandelen zakt de prijs nog eens 25%. Pam pakt de laptop en we worden helemaal blij als we ook nog een draadloos netwerk in het hotel blijken te hebben. Hier houden we het wel een paar dagen uit.
Het is duidelijk dat Cusco zo’n beetje hét toeristische centrum van Peru is. Ook al zitten we buiten het hoogseizoen, overal zijn de overduidelijke buitenlanders te zien. Ook qua eten en drinken hoef je hier niet moeilijk te zoeken. Volgens de Planet is elk tweede pand bij het plein óf een restaurant/bar, hotel of souvenirwinkel en daarin worden we bevestigd als we op zoek gaan naar een plek om wat te eten.
We belanden bij een Mexicaan, want het is tijd voor wat anders dan pizza of kip met friet, maar het valt eigenlijk vies tegen. Het voorgerecht laat al bijna een uur op zich wachten en de hoofdgerechten zijn ronduit saai. Morgen ergens anders heen, er is in Cusco tenslotte meer dan genoeg keuze.
Op de terugweg schieten we nog even een supermarktje met een indrukwekkend assortiment in. Werkelijk alles is te krijgen, van verse vleeswaren, brood, koekjes, snoep, koffie en thee tot schoonmaakmiddelen, hondenvoer en vast nog veel meer. En alles ook nog een keer tegen acceptabele prijzen.
Op de kamer stappen we onder de douche en blijven er onder staan tot het hete water er mee stopt. Tijd om een dutje te gaan doen en lekker schoongeboend duiken we in ons grote bed.
De volgende dag doen we niks, behalve lekker een beetje op de kamer hangen en genieten van het kacheltje. Het weer was er ook echt naar. Regelmatig een bui en eigenlijk hadden we gewoon geen zin om ons lekkere warme kamertje te moeten verlaten. Morgen gewoon weer een dag. En volgens weeronline.nl met beter weer in het vooruitzicht.
Die avond genieten we van een heerlijke maaltijd bij een goed Italiaans restaurant en voor nog geen twaalf euro heb ik een enorme en geweldige Ossobuco voor mijn neus staan. Als ik er aan terugdenk, loopt het water me weer in de mond.
Dinsdags komt er ook niks uit onze handen. Niet dat we niet wilden, maar vandaag voel ik me voor het eerst in al die maanden zo slecht, dat ik geen zin en puf heb om iets te gaan doen. Het moest er toch eens van komen, algehele malaise en een echt ziektedagje. Pam vermaakt zich met de laptop, ik slaap en kijk tv vanuit mijn warme bed. En zo komen we ons dagje langzamerhand door.
Aan het einde van dag gaan we de stad nog even in om een rondje te lopen, een frisse neus te halen en een paar boeken te ruilen. Het is een flinke zoektocht, maar dan staan we met een goedgevulde tas leesvoer weer buiten.
We sluiten af bij een restaurantje op de Plaza. Niet luxe, maar gewoon ouderwets lekker snacken bij een soort McDonald’s, maar dan net iets anders. Veel vette hap voor weinig en na al die pizza’s en gebakken kip met papa’s een welkome afwisseling.
Eén voordeel heeft mijn ziektedagje wel gehad. Ik voelde me zo beroerd en had het zo benauwd, dat ik vandaag niet gerookt heb. Aangezien stoppen met roken toch al op de kalender stond, maar dan pas over een maandje, heb ik er vandaag een punt achter gezet. Na een terugvalletje van 612 dagen - het was tenslotte vakantie - ben ik voor de tweede keer in mijn leven serieus gestopt met roken.
Als we ’s morgens bij de receptie aangeven dat we nog een dag of twee langer willen blijven, komen we voor een probleem te staan. Eén nachtje extra kan, maar de volgende dag zit het hotel vol en zullen we dus op zoek moeten naar een alternatieve slaapplek. Gadver, wat irritant. Hebben we een lekker hotel, moeten we voor ons laatste nachtje in Cusco op zoek naar iets anders.
We moeten vandaag toch één en ander regelen, waaronder trein- en buskaartjes en nu ook nog een hostel, dus we zijn op tijd de deur uit. Langzaam sjokken we door de smalle straatjes van de stad de heuvel af richting het treinstation voor onze kaartjes naar Aguas Calientes. Cusco is tenslotte dé uitvalsbasis voor de belangrijkste archeologische bezienswaardigheid in heel Zuid-Amerika en de manier om er te komen, is met de trein.
Voor veel backpackers is het lopen van de Inca Trail naar Machu Picchu het hoogtepunt van hun tocht naar Peru, wij laten het wandeltochtje van slechts 35 kilometer in ruim drie dagen en het slapen en koukleumen in een tentje op 3.000 meter hoogte graag aan anderen over. Wij nemen de makkelijke route: met de trein naar Aguas Calientes en dan gewoon met de bus omhoog. Zijn wij lui? Nee hoor, we hebben gewoon een aanval van gemakzucht. En zuinigheid, want ondanks dat wij geheel gemotoriseerd gaan, is het – raar maar waar - wel de goedkopere variant dan de Inca Trail lopen.
De kaartverkoop is erg handig geregeld. Ondanks dat de trein van station A vertrekt, is de verkoop bij station B. Niet dat het duidelijk op de plattegrondjes of in de omgeving van het station aangegeven staat, we moeten er flink voor zoeken. Gelukkig helpt vragen aan een politieagent ook wel eens.
Bij het loket is het druk en we moeten in de rij staan. Onze wens om de volgende dag heen en weer te kunnen naar Machu Pichu wordt in de grond geboord. We kunnen ’s morgen wel met de trein naar Aguas Calientes, maar dezelfde dag terug naar Cusco zit er niet in. Sterker nog, dat zit er de komende week niet in, want de kaartjes voor de terugrit naar Cusco zijn allemaal opgekocht door de Inca Trail reisbureautjes. Nadat ik de dienstregeling eens kritisch heb bekeken en zo bijdehand ben geweest om te vragen of we ook met de Tren Local mogen, wat natuurlijk niet mag want die is alleen voor Peruanen die slechts 10% betalen van wat toeristen neertellen voor hetzelfde ritje, is de enige oplossing die ons rest de trein tot aan Ollantaytambo te nemen en van daar met de bus terug naar Cusco. Hierdoor moeten we een nacht in Aguas Calientes doorbrengen, wat ons aan de andere kant weer de moeite bespaard van het zoeken naar een nieuw hostel in Cusco. Dat probleem heeft zichzelf in één keer opgelost.
Tachtig dollar per persoon armer en een paar treinkaartjes rijker, lopen we richting het busstation. We weten nu wanneer we Cusco willen verlaten en dan kunnen we net zo goed gelijk buskaartjes regelen. Via een toeristenmarkt, waar natuurlijk iedereen hetzelfde verkoopt en ik terloops nog even een Inca Kola T-shirt voor weinig op de kop tik, lopen we verder de stad uit.
Is het centrum van Cusco alleszins de moeite waard, mooie brede en schone straten, schitterend gerestaureerde panden en indrukwekkende pleinen, de omgeving van het busstation mist duidelijk de allure van de rest van de stad. Hier weer vuil langs de weg, onverharde straten en wegen, half afgebouwde gebouwen en rommel. Dit is duidelijk niet het mooie toeristische deel dat de stad graag promoot en waar de goed betalende – lees rijke toergroep - toeristen bijna nooit terecht komen.
Na wat onderzoek belonen we ons met een paar dure buskaartjes. Hiervoor krijgen we brede stoelen, dekentjes en kussentjes en een maaltijd in de nachtbus naar Arequipa. Het kost wat meer, maar dat mag soms wel eens.
Terug in het hotel weet Pam via MSN contact te maken met het thuisfront, wat intussen ook al weer een hele tijd geleden was. Wat dat betreft vonden we het tijdverschil in Azië prettiger, daar konden wij midden in de nacht achter de pc kruipen en dan was het in Nederland ergens aan het einde van de middag.
Hier moeten we vroeg zijn, anders ligt de familie al weer op één oor. Van een rondje door Cusco komt niks meer terecht. Het is intussen al donker en opnieuw berekoud.
Om half zes gaat de wekker en we springen snel nog even onder de douche. Nog een laatste keer even gebruik maken van onze heerlijke badkamer en gegarandeerd heet water.
Voor de ingang van het treinstation proberen diverse dames hun waren te slijten, waaronder flessen water (die zijn in Machu Picchu véééél duurder namelijk) en regenponcho’s (waarvoor we die nodig gaan hebben, geen idee, want het is schitterend weer). Nadat onze kaartjes en paspoorten twee keer gecontroleerd zijn, zitten we eindelijk in de trein.
Helaas zitten we met onze rug naar de rijrichting, zodat we niet alles even goed kunnen zien en we passen nauwelijks met onze benen tussen de bankjes, zelfs nu er nog niemand tegenover ons zit. Deze trein is duidelijk ontworpen door en voor Peruanen, waarna men hem maar voor gringo’s in gebruik heeft genomen. Die hebben toch geen alternatief en betalen tenslotte tien keer zoveel als een Peruaan, dus waarom zou je ze dan een beetje extra ruimte geven?
Pam is verbaasd over het weinige aantal rugzakken in de trein. Ik tel er slechts één in het bagagerek. Toen zij de vorige keer op deze trein stapte, zat die vol met mensen die hun hele hebben en houwen in grote backpacks meesleepten voor de Inca Trail. Nu hebben de meeste passagiers slechts een klein rugzakje of tasje bij zich. De Inca Trailers hebben duidelijk een andere vorm van vervoer naar hun startpunt.
De trein vertrekt keurig op tijd en via een paar slingers, zigzaggen we tegen de berg op. De helling is zo steil, dat we drie keer heen en weer moeten om boven te komen, want met bochten is het traject niet te doen. Daarna daalt de trein af de Sacred Valley in, ofwel de heilige vallei van de Inca’s. Een brede vallei met vruchtbare grond strekt zich voor ons uit. Raar eigenlijk dat de Inca’s Machu Picchu op zo’n rare plek hebben gebouwd, terwijl de mooiste plek om je te vestigen toch duidelijk in deze vallei was.
Na zo’n twee uur boemelen bereiken we Ollantaytambo, de laatste stop voor Aguas Calientes. Hier wordt even gestopt, waarna we aan het laatste deel van het traject beginnen.
Bij ons in de trein zit Frits, een Hagenees van eind zestig die in zijn eentje in Peru op reis is. Hij heeft Machu Picchu op tv gezien en vond dat wel een mooie vakantiebestemming. Met slechts een ticket en een reservering voor een nachtje in een hostel in Lima is hij naar Peru vertrokken en doet de rest, net als wij, gewoon op de bonnefooi. En zo heeft hij al heel wat delen van de wereld gezien. Leuk om een ouder iemand te ontmoeten die niks moet hebben van georganiseerd reizen en toergroepen, maar gewoon zijn eigen gang wil gaan en zijn leeftijd geen enkele belemmering laat zijn voor het onafhankelijk ontdekken van de wereld.
Het dal wordt al snel veel smaller en de rails slingert zich langs de oever van de rivier. Bij kilometerpaal 88 passeren we de start van de Inca Trail, waar een groot aantal mensen op dat moment nog tenten en rugzakken aan het inpakken is. Het dal wordt steeds smaller, de bergen steiler en hoger en de rivier wilder. Ergens staan we een tijdje stil om een tegemoet komende trein te laten passeren, want de hele route is gewoon enkelspoor. Dan, na nog eens twee uur rijden, komen we eindelijk in Aguas Calientes aan en rijden we een keurig stationnetje binnen.
Buiten het station staat een lange rij mensen met bordjes van hostels en allerlei namen van passagiers. Wij negeren de borden, maar zodra we het hek door zijn, is er geen ontkomen aan.
We worden besprongen door de hostelaanbieders. Maar we weten aan ze te ontsnappen en werken ons via een doolhof van souvenirstalletjes richting het dorp.
Pam is verbaasd over alle veranderingen die er hier hebben plaatsgevonden gedurende de afgelopen tien jaar. Ze kan zich niks van een station herinneren, je stapte ergens midden in het dorp uit, waar behalve een paar huizen, verder ook niks was. Nu is er een modern en keurig station, souvenirstalletjes en ook het dorp heeft zich de afgelopen jaren flink ontwikkeld. Het lijkt in niks op het slaperige gehucht van tien jaar geleden.
Samen met Frits zoeken we een hostel en kopen daarna onze toegangskaartjes voor Machu Picchu. Bijna 45 dollar per persoon en dan mag je gewoon één dag even rondkijken. Toch wel een heel verschil met de prijs voor Angkor. Daar betaal je ook veertig dollar, maar dan heb je drie dagen de tijd om een complex van vele vierkante kilometers te bezoeken. Ons plan om naar boven te lopen, laten we snel varen. We nemen de gemakkelijke en snelle route met de bus.
Boven lopen we snel door de toegang en dan ligt daar eindelijk Machu Picchu voor ons. Van beneden was er niks van de oude stad te zien, van boven zie je beneden alles gewoon liggen. Het uitzicht is fenomenaal en aan twee kanten kijk je diepe dalen in. Iedereen heeft wel eens de foto’s van deze stad gezien, maar als je er dan staat, is het toch veel en veel indrukwekkender dan je je voor kan stellen.
We slenteren een paar uurtjes rond door de verbazingwekkend goed bewaard gebleven citadel. En ondanks dat dit toch wel één van de hoogtepunten van Zuid-Amerika is en echt iedereen, maar dan ook iedereen, Machu Picchu bezoekt, is het er verbazingwekkend rustig. Natuurlijk lopen er overal mensen, maar je loopt niet over de koppen en met een beetje geduld weten we ook nog foto’s te maken zonder mensen erop. Als we later vragen hoeveel mensen er die dag op bezoek zijn geweest, blijken het er ‘slechts’ 1.500 te zijn. In vergelijking met Angkor is dat inderdaad maar een bescheiden aantal. Maar het is op dit moment wel laagseizoen, hoeveel mensen zouden er per dag in het hoogseizoen komen?
We kunnen wel vertellen waar we precies gelopen hebben en wat we allemaal hebben gezien, maar woorden kunnen niet beschrijven wat het is om Machu Picchu te bezoeken. Ook al weet je wat je kan verwachten, hier rondlopen op een plek waar Inca’s het onmogelijke mogelijk maakten, is toch wel heel bijzonder. Het is eenvoudig: iedereen die maar enigszins in de buurt van Cusco komt, moet Machu Picchu bezoeken. Er is geen enkele excuus om het niet te doen. En als je er toch één weet te verzinnen, dan ben je gewoon dom en mis je één van de mooiste bezienswaardigheden ter wereld.
Tegen vijven nemen we de bus terug naar beneden en zoeken ons hostel op. Bij binnenkomst vragen we meteen om de beloofde kachel, want we weten al lang dat die natuurlijk nog niet op de kamer staat.
Nadat we een uurtje op de kamer hebben liggen lezen (met de kachel aan natuurlijk), zoeken we een eettentje op en belanden in een soort pizzeria. We zeggen er maar bij ‘soort’, want we zijn niet erg onder de indruk van de pizza. Hij is eigenlijk ronduit slecht en dat is niet eens verbazingwekkend. In Nederland begin je een restaurant als koken je grote passie is of als je lekker eten geweldig vindt en er je beroep van wilt maken. En om als restaurant te overleven, moet je constant een bepaalde kwaliteit op tafel zetten.
Hier niet. Hier begin je gewoon een restaurant omdat het een manier is om geld te verdienen. Je huurt of bouwt gewoon een hok, zet er een paar tafels en stoelen in, hangt wat Peruaanse zooi aan de muur en in een hoek bouw je een soort keuken.
Verstand van koken hoef je niet te hebben en pizza maken (je neemt een bol deeg, slaat hem plat, gooit er wat ingrediënten en kaas op, schuift het hele zooitje in de oven en hoopt dat het goed gaat) kan iedereen. Tenminste, dat denkt men. En als men niet tevreden is, wat kan het jou dan schelen. De toerist is de volgende dag toch weg en elke dag komt er weer een nieuwe lading per trein.
Na het eten gaan we snel terug naar ons hostel, want ondanks dat Aguas Calientes een stuk lager ligt dan Cusco, koelt het toch flink af en verlangen we naar onze (hopelijk warme) kamer en bed. Vanmorgen was het vroeg opstaan, nu maar vroeg weer tussen de dekens.
De volgende ochtend staan we rustig op en ontbijten op de kamer. Tegen negen uur lopen we naar beneden, want onze trein vertrekt om half tien, terug naar Ollantaytambo. En ondanks dat er veel minder stoelen in deze trein zitten – en gelukkig wel veel meer beenruimte – is de trein niet vol.
Na twee uurtjes slingeren door de diepe valleien en dalen komen we weer in Ollantaytambo aan. Dit is het eindpunt van onze trein en per bus of taxi moeten we terug naar Cusco. Nadat we een paar taxichauffeurs tegen elkaar uitgespeeld hebben, kunnen we voor het hele bedrag van tien Sol per persoon terug naar Cusco. Zo, voor de verandering hebben we de rollen omgedraaid en zijn wij eens een keer niet afgezet.
Na een dik uur rijden komen we ineens een heuvel over en strekt Cusco zich voor ons uit. We worden er midden in de stad uit gezet en spreken met Frits, waar we nog steeds mee samen reizen, af om later op de dag samen uit eten te gaan. Hij ziet het wel zitten om eens fatsoenlijk te kunnen eten, want net als ons is hij niet erg onder de indruk van de Peruaanse keuken.
Aangezien we geen hostel meer hebben, dolen we een beetje rond in de stad. Al wandelend en klimmend belanden we bij de Iglesia de San Cristobal, vanwaar we een schitterend uitzicht over heel Cusco hebben. Nadat we een tijdje hebben genoten van de rust en het uitzicht, slenteren we via de smalle oude straatjes terug naar het centrum.
Onderweg duiken we diverse winkeltjes in, op zoek naar een leuk souvenir. Maar het is of geen enkele winkelier heeft verzonnen dat er misschien wel eens iemand iets origineels wil hebben. Allemaal verkopen ze min of meer hetzelfde, vaak lelijk en ronduit duur.
We scoren een paar leuke spiegeltjes. Waarschijnlijk niks authentiek Peruaans aan, maar wel leuke kitsch.
Bij een ander winkeltje raken we aan de praat met de eigenaar. De man is schilder en maakt wel andere kunst dan de rest, ook al zijn al zijn werken natuurlijk ook beïnvloed door de Inca’s en hun tradities. Dat hij meer in zijn mars heeft dan indianenvrouwtjes met staarten schilderen, blijkt als vol trots verteld dat hij werken in het lokale museum heeft hangen en ook geëxposeerd heeft in het buitenland.
Naast het schilderen, heeft hij er nog een monnikenklus bij gezocht. Als we binnenkomen, is hij druk bezig om de bijbel te vertalen in het Quechua, de lokale taal van de indianen. Hij gebruikt hiervoor drie verschillende versies van de bijbel, waarvan één in het Hebreeuws, en zijn vertaling schrijft hij op in een dik schrift. Hij is ongeveer op de helft en heeft hier al drieënhalf jaar over gedaan. Als hij klaar is, wil hij zijn vertaling op het internet zetten, maar daarvoor moet hij zijn handgeschreven werk eerst nog helemaal uittypen. Waarschijnlijk gaat het nog wel een jaar of vijf duren voor hij helemaal klaar is. Maar de man heeft geen haast. Volgens hem heeft het zo’n 1.600 jaar geduurd voor de hele bijbel geschreven was, wat zijn dan tien jaar om een vertaling te maken?
Pam ziet een leuk schilderijtje en na wat onderhandelen nemen we het werkje voor niet te veel mee. Het lijkt in niks op de standaardwerken die je overal tegenkomt, maar wij weten dat het origineel Peruaans is.
We ontmoeten Frits weer op de Plaza en duiken snel het restaurant in. Ondanks dat het vroeg is, bestellen we ons avondeten. Frits hoeft niet te kiezen, na mijn verhalen over de overheerlijke ossobuco wil hij maar één ding. Juist, ossobuco. Pam en ik kiezen voor een pasta, zodat we straks in de bus geen honger meer hebben.
Nadat we lekker en gezellig hebben gegeten, nemen we afscheid van Frits en gaan naar ons hostel om de spullen op te halen. Met een taxi, waarvan we ons heel erg afvragen of de chauffeur wel een rijbewijs heeft, komen we ongedeerd op het busstation en maken ons op voor de nachtrit naar Arequipa. Onze volgende - en hopelijk warmere - bestemming in Peru.
O ja. En ik heb na vier dagen nog steeds niet gerookt….
Vorige verhaal                                                  Volgende verhaal