ALGEMENE INFO
Officiële naam: Unie van Myanmar (voormalig Birma)
Ligging: Zuidoost Azië, het land ligt aan de Baai van Bengalen, tussen Bangladesh en Thailand
Hoofdstad: Naypyidaw
Oppervlakte: 678.500 km²
Staatsvorm: Militair regime (dictatuur)
Inwoners: 41.734.853
Bevolking: Birmanen, andere Aziatische volkeren
Talen: Birmees
Religies: Boeddhisme
Munt: Birmaanse Kyat (MMK), officieel onderverdeeld in 100 Pyas
KLIMAAT
Myanmar heeft een tropisch regenklimaat en het is gedurende het hele jaar warm en vochtig.
OVERIG
Officieel is het land bekend als de Unie van Myanmar, maar veel mensen kennen het nog onder de naam Birma of Burma. Vanwege de politieke ontwikkelingen is een aantal media in september 2007 teruggekeerd naar het gebruik van de oude naam Birma. De hoofdstad is sinds 2005 officieel het centraal gelegen Naypyidaw en niet meer Yangon, de grootste stad van het land. De naamswijziging is in 1989 doorgevoerd door de huidige socialistische juntaregering, maar wordt door veel dissidenten en de VS niet geaccepteerd.
De Unie van Birma werd in 1948 onafhankelijk en was vanaf het begin af aan onstabiel door binnenlandse conflicten in verband met onderlinge etnische en nationalistische kwesties, economische belangen en politieke stromingen. Ook vonden er communistische opstanden plaats. In 1962 vond een militaire coup plaats en de junta hief alle democratische bestuursorganen en -middelen op, inclusief de grondwet. Er werd een Revolutionaire Raad in het leven geroepen, die alle politieke en bestuurlijke macht naar zich trok. De productiemiddelen werden genationaliseerd, het economisch beleid gecentraliseerd en alle onafhankelijke berichtgeving werd verboden. Hiermee werd Birma een militaire dictatuur en in 1974 werd het een éénpartijstaat. In 1989 werd de naam veranderd van de Unie van Birma in de Unie van Myanmar. In 1990 won de National League for Democracy onder aanvoering van Aung San Suu Kyi de eerste vrije verkiezingen. De uitslag werd echter niet erkend door de militaire heersers. Sindsdien worden veel aanhangers gevangen gehouden en hun leidster Aung San Suu Kyi, boegbeeld van de vrijheidsstrijd, leeft al twintig jaar in huisarrest. In 1991 is aan haar de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. De militaire regering wordt door verscheidene westerse regeringen met sancties onder druk gezet om vrije verkiezingen toe te staan en om wat te doen aan de drugshandel.
Het bestuur van Birma wordt sinds het aantreden van de junta's algemeen beschouwd als een dictatuur. De machtshebbers accepteren geen politiek andersdenkenden en streven uitsluitend de eigen economische en financiële belangen na. Openlijk, soms massaal protest en verzet vanuit de bevolking, wordt met harde maatregelen en fysiek geweld neergeslagen. Internationaal wordt een politiek van isolatie gevoerd: media en mensenrechtenorganisaties wordt de toegang tot het land geweigerd en afkeurende signalen en sancties van de zijde van de internationale gemeenschap worden genegeerd. Slechts van enkele buurlanden, zoals China, India en Thailand wordt enige bemoeienis gedoogd vanwege wederzijdse economische belangen.
Ondanks het machtsvertoon van de centrale overheid bestaat er wel degelijk verzet, vaak ondergronds maar ook meer expliciet. In de grensgebieden met Thailand woedt sinds vele jaren een burgeroorlog: de lokale minderheden voeren er een guerrillaoorlog met het Birmese leger. Sinds 1980 vluchtten meer dan 400 000 mensen over de grens naar Thailand.
Voor het eerst sinds het einde van de jaren tachtig is er sinds eind september 2007 weer een protestbeweging van een groeiend aantal Boeddhistische monniken en burgers op gang gekomen. Met geweldloze optochten geven zij uiting aan het verlangen naar een democratisch bestuurd land. Dit plaatste de regering voor een groot dilemma. De monniken hebben in Myanmar een zeer hoge, bijna heilige status en groot gezag waar het morele waarden betreft. Zonder ingrijpen zou hun actie tot grote, wellicht onbeheersbare onlusten in het gehele land kunnen leiden. Het - gewelddadig - neerslaan van de beweging zou echter tot hetzelfde kunnen leiden. In het op gematigde wijze voeren van overleg, dat eventueel tot compromissen zou kunnen leiden, heeft deze centrale overheid zich echter in de afgelopen decennia niet bekwaamd.
Op 26 september 2007 grijpt het leger in als de protesterende menigte probeert de Sule Pagode in Yangon te bereiken. Volgens berichten vallen daarbij 5 doden. Alleen de staatsmedia doet verslag. Eerder op de dag werden in Yangon ongeveer 200 monniken en burgers opgepakt. Veiligheidstroepen in Myanmar hebben zeker twee kloosters bestormd en naar schatting werden tweehonderd monniken gearresteerd. Later in de middag vallen er 9 doden. Op 1 oktober 2007 kwamen berichten naar buiten over duizenden doden en massale executies door het leger. Volgens ooggetuigen zijn honderden monniken 'verdwenen'. Volgens gevluchte overgelopen officieren zijn veel monniken in de jungle geëxecuteerd. Vele andere zitten vast in hun kloosters en in de universiteit van Rangoon, dat omgebouwd is tot een gevangeniscomplex.
Het beleid van de junta is er de oorzaak van dat één derde van de mensen leeft onder de armoedegrens en volgens de Verenigde Naties heeft 10% niet eens geld om aan dagelijks voedsel te komen. De junta heeft de economie te gronde gericht en het land behoort inmiddels tot de armste ter wereld. Regeringsmaatregelen hebben geleid tot schaarste en enorme geldontwaarding, waardoor bijvoorbeeld de burgers in 1987 in één klap al hun spaargeld kwijt waren. Door in augustus 2007 de brandstofprijzen met 500% te verhogen werd het vervoer van voeding- en gebruiksartikelen naar de bevolkingscentra onbetaalbaar. Veel westerse ondernemingen hebben het land inmiddels verlaten, mede onder druk van actiegroepen en dreiging van boycots. Het land beschikt weliswaar in voldoende mate over olie, gas, tropisch hardhout en edelgesteenten van goede kwaliteit zoals bijv. jade en robijn, maar dat alles wordt geëxporteerd naar en via buurlanden. De opbrengsten daarvan reserveren de machthebbers voor zichzelf en hun zakenrelaties.
Myanmar wordt inmiddels op lokaal en internationaal niveau genoemd als een land waar het leger een hele grote producent en exporteur van LSD en opium is. Doorgaans worden deze producten verkocht aan Thaise en Chinese handelaren, die ze in Azië en Europa op de markt brengen. De overheid ontkent dit, maar geeft wel toe een probleem te hebben met smokkelaars van deze producten.
Landbouw zorgt voor werk en levensonderhoud voor 64% van de bevolking, die uit vele etnische groepen bestaat. De belangrijkste landbouwproducten zijn rijst, maïs en suikerriet. Ongeveer 50% van het land wordt bedekt door bossen.