Site Logo   Help
Enkeltje Bangkok :
Home > Verhalen > Kenia > Van Nairobi naar Samburu National Park 07-11-2007
Foto's
 Dag 423 t/m 426: Van Nairobi naar Samburu National Park

De eerste dag geven we de meiden en onszelf een flinke portie rust. Wij met de busreis en het Moyale-syndroom – zoals mijn zusje het later noemde – nog in de kleren en Laura en Babs met de naweeën van het werk en de verbouwing, slapen we lekker uit. Pam gaat daarna aan de laptop, want we hebben flinke achterstand met onze verhalen en ik ga lekker met Laura en Barbara ontbijten. Daarbij kletsen we vrolijk verder. Over thuis en over onze reis natuurlijk. Ook al proberen we alles wat we meemaken in onze verhalen weer te geven, nooit kan je je ervaringen allemaal op papier krijgen. Hoe het voelt om zo lang op reis te zijn, hoe we ons verbazen en soms irriteren, hoe blij we zijn dat er bezoek komt, dat we soms kwaad zijn, hoe fijn het is om samen onderweg te zijn en op nieuwe plekken te komen we waar al zo lang naar uitkijken, dat we ons genept voelen (ook al gebeurt dat nog maar zelden) en teleurstellingen die we ervaren. Onder het genot van een lekkere kop koffie vertel ik ze van alles over onze belevenissen.

Doe maar een stukje.... We regelen gelijk onze eerste safari, op dinsdag vertrekken we voor een zevendaagse tocht naar een aantal Keniaanse wildparken. Wilde dieren willen we zien en Kenia schijnt tenslotte zo’n beetje een dierentuin zonder hekken te zijn.
In plaats van het geplande tijdstip van negen uur zitten we pas om zes uur ’s middags in een internetcafé om aan onze site te werken en e-mails te lezen. Dat houden we vol totdat we er zo’n beetje door de beheerder uit gegooid worden.
We eten samen friet en hamburgers. Niet het lokale voer, maar gewoon lekkere vette hap, een welkome afwisseling na dagen van alleen maar spaghetti. Het is kwart over negen in de avond als we het restaurant binnen wandelen en men is al volop aan het opruimen. Het lijkt erop dat we te laat zijn, maar als we vragen tot wanneer ze open zijn, blijkt dat tot tien uur te zijn. Dan kunnen we dus nog wat te eten krijgen, want drie kwartier van tevoren al de boel dichtdoen, kan volgens ons zelfs in Afrika niet. We moeten een tafeltje voorin nemen, omdat in de rest van de zaak alle stoelen op de tafels gestapeld zijn en de vloer zo’n beetje blank gezet is. Handig dweilen zo, het droogt vanzelf wel, is waarschijnlijk het motto. Maar ook rondom ons tafeltje moet de boel drijfnat en worden emmers water over de vloer gegooid. Echt weer zo lekker efficiënt.
Als we naar onze kamer lopen, gaan Laura en Barbara nog een biertje drinken in de bar van het hotel. De eerste dag Nairobi zit er voor de meiden al weer op. Jammer alleen dat het 24 uurs restaurant al dicht blijkt te zijn….

De volgende dag zitten we al vroeg in het internetcafé. Een nieuwe poging om de achterstand weg te werken, maar de verbindingen zijn zo traag, dat we het na een uurtje opgeven.
Op de hoek van de straat roken we een sigaretje, maar dat duurt niet lang. Een politieagent maakt ons duidelijk dat het niet toegestaan is om op straat te roken. Hè? Niet roken op straat? Nee, dat is dus verboden, je kan ervoor gearresteerd worden en alleen in ‘Smoking zones’ mag je roken in het openbaar. Wat voor belachelijks is dat nou weer?
We verbazen ons er eigenlijk al niet meer over dat landen die eigenlijk hele andere prioriteiten zouden moeten stellen, wel een anti-rook beleid weten in te voeren en te handhaven. We kwamen het in India ook al tegen en nu weer hier. Met een bevolking die grotendeels in armoede leeft, corruptie die welig tiert, werkloosheid die de pan uitreist, een wegennet dat ernstig aan verbetering toe is en een economie die wel eens een flinke oppepper kan gebruiken, gaat men zich druk lopen maken om roken op straat. Gelukkig komen we er als toerist goed vanaf en worden we niet ter plekke opgepakt.

Aan tafel in ons tentenkampWe pakken onze spullen in voor de safari en gaan dan samen boodschappen doen. De safari is inclusief alle maaltijden, maar water, drankjes en snacks komen voor onze eigen rekening. Met een kar vol boodschappen komen weer buiten. 25 liter water, veel flesjes bier, frisdrank, chips, sigaretten en nog veel meer. Daar moeten we wel een weekje mee toe kunnen.
We verbazen ons trouwens over de supermarkten hier. In Ethiopië zijn het grotendeels nog kleine winkeltjes en hier en daar een kleine supermarkt, hier heb je echt megastores. Drie verdiepingen met levensmiddelen, elektronica, kampeerspullen, kantoorbenodigdheden, brommers, tuinmeubilair en ga zo maar door. Na een paar weken alleen maar inkopen van basale artikelen als toiletpapier en shampoo pleegt shoppen in Nairobi een flinke aanslag op je portemonnee.
Na het shoppen nemen we de meiden als verrassing mee naar één van de, zoniet het bekendste restaurant van Nairobi ‘Carnivoor’. Ook voor mij is het nieuw, maar ik weet wat ik ongeveer kan verwachten. De naam van het restaurant zegt het al: hier eet je vlees en niet zo maar vlees. Je zit aan tafel en zo lang je zin hebt in vlees komen er mensen langs met enorme spiesen vol gebarbecued vlees. Rund, varken, lam, maar ook exotischer gerechten zoals krokodil en struisvogel. Erg leuk en erg lekker.
Na het eten staan we te wachten op onze taxi. De chauffeur die ons heen heeft gebracht zou wachten en ons ook terugbrengen, maar we kunnen hem nergens ontdekken. Na een half uur zoeken en wachten nemen we een andere taxi. Met een hele volle buik laten we ons op bed vallen voor ons voorlopig laatste nachtje in Nairobi.

Om half acht worden we wakker van de telefoon. ‘Ja hoor, het is goed. We slapen nog, bel straks maar terug’, zeggen we tegen elkaar en we draaien ons nog lekker even om. Na een paar keer rinkelen houdt de telefoon op en dan horen we hem bij de meiden in de kamer naast ons overgaan. Netjes als ze zijn, nemen zij hem wel op en het blijkt de taxichauffeur te zijn, die ons naar het restaurant had gebracht en zo’n beetje de hele nacht bij het hotel heeft gewacht om zijn geld op te halen. Waarschijnlijk heeft de receptie hem niet toegestaan om ons voor half acht te bellen en daar waren we blij genoeg om.

Iets voor negenen staan we bepakt en bezakt buiten met al onze bagage en inkopen. Twee rugzakken blijven achter bij het reisbureau, de rest wordt in het busje gepropt waar we een week mee op pad gaan.
We rijden terug in de richting van waar we een paar dagen geleden vandaan gekomen zijn. Onze eerste bestemming is Samburu National Park bij Isiolo. De rit is dit keer een stuk comfortabeler dan toen we over deze weg vanuit Ethiopië kwamen. Na een lunch in Nanyuki rijden we in de middag door Isiolo en zien de bus staan waarmee we vanuit Moyale zijn gekomen. We zijn blij dat we daar in elk geval niet meer mee hoeven te reizen. Zelfs het vreselijke hobbelstuk dat na Isiolo begint, is met de minibus prima te doen.
JachtluipaardOm vier uur rijden we het nationale park Samburu in. Eigenlijk stelt de entree niet zoveel voor. Een gemetselde toegangspoort met de naam van het park erop en that’s it. Het is zo op eerste gezicht niet voor te stellen dat achter deze poort een enorme hoeveelheid wilde dieren rondloopt, die je liever niet op straat zou tegenkomen en het grappige is dat er nergens naast de poort hekken staan.
Terwijl we naar ons eerste kamp rijden, doen we onze eerste gamedrive van de week. Het landschap is droog met veel kleine struiken en boompjes. Het is niet zo dat het wild bijna in je auto valt, maar we zien toch een behoorlijke hoeveelheid grazers, waaronder oryx, impala’s, dikdiks en antilopen. Als we een groepje busjes zien staan, weten we dat er wat te zien moet zijn. Tussen een paar struiken liggen twee leeuwen te slapen. Ze trekken zich niks aan van alle auto’s die aan komen rijden en slapen gewoon door. Als grootste kat op de savanne hebben ze geen natuurlijke vijanden en maken ze zich niet druk om kijkende mensen.

Op ons kampeerterrein aan een rivier bouwen we onze tent op. We krijgen hulp van een paar Afrikanen, maar van tenten bouwen hebben die echt geen kaas gegeten. Ze hebben geen idee hoe het ding moet komen te staan en beginnen maar ergens. Als ik de handleiding er even bij heb gepakt, beginnen we zelf de bouw maar te dirigeren, anders slapen we voorlopig nog niet en zal de tent er vast heel anders uitzien dan op het plaatje.
We hebben gekozen voor een kampeersafari, enerzijds omdat we dat veel meer safari vinden en dus leuker en anderzijds omdat het een stuk beter betaalbaar is. Een beetje resort in een park kost al snel $ 200,- per nacht en dat gaat ons budget ver te boven. We hebben het kamp niet voor onszelf. Behalve ons huizen er nog een paar families vervet monkeys en een flinke groep bavianen. Spullen goed opbergen is dus het motto.
De plek van onze tent is idyllisch te noemen. Onder een paar grote bomen aan het water, met vrij uitzicht op het park aan de andere van de rivier. En als we onze tent net hebben ingericht, zien we aan de overkant van de rivier al een paar olifanten verschijnen, waarvan één met een jong. En één van de jongens van het kamp wijst een enorme krokodil aan, die aan de overkant op de oever ligt. Hoe goed kan je het hebben?

Ons avondeten is natuurlijk…… spaghetti. Maar in tegenstelling tot de Ethiopiërs kan onze kok wel koken en smaakt het heerlijk. Na het eten zitten we nog een uurtje na te praten voor onze tent en kijken naar de sterrenhemel, die door het gebrek aan licht goed te zien is.

Arrrggg, alle noten van de Duyvis Afrika Mix gejatDoor de dunne en harde matjes en de geluiden van buiten zijn we al vroeg wakker, maar dat moet ook want om half zeven begint onze gamedrive. Na het ontbijt leggen we alle spullen in de tent en sluiten de ritsen goed af. Maar vlak voordat we in de bus stappen, hoort Pam nog wat geritsel in de tent en als we even gaan kijken, gaat een grote baviaan er met een zak chips vandoor. Snel kijken we of we nog meer schade hebben. Echt niet te geloven, zo inventief als die beesten zijn. Denk nou niet dat een rits tegen apen helpt, want die maken ze zo open. Ze hebben in onze rugzak gezocht en de etenstassen zijn al flink geplunderd. Het ergste vinden we wel dat ze onze zak Afrikaanse mix van Duyvis hebben gepikt, want die hadden Laura en Babs speciaal van thuis meegenomen. Behalve het gejatte eten, valt de schade verder mee, maar we besluiten toch al onze spullen in de bus te leggen. Zo weten we zeker dat niet alles onderzocht of gejat wordt als we weg zijn.
We zijn nauwelijks het kamp uit of we worden getrakteerd op een hyena. Dat schijnt in Samburu best bijzonder te zijn, aangezien ze zeldzaam zijn en zich zelden bij daglicht laten zien. Het dier gaat er snel vandoor zodra hij onze auto in de gaten krijgt. Bij de rivier komen een paar giraffen aanlopen en we kunnen ze in alle rust bekijken. Op dezelfde plek komen veel andere grazers en impala’s en antilopen lopen aan alle kanten rond onze auto. Toch raar dat je zo dichtbij de dieren kunt komen en dat ze helemaal niet bang zijn.
Als klap op de vuurpijl hebben we nog wat geluk. Ergens moet een jachtluipaard rondlopen en na veel speuren weten we haar in het open veld te vinden. Omdat het ondertussen ontbijttijd is voor de mensen die in een lodge slapen, is het rustig qua busjes en kunnen we in alle rust de geweldige kat bekijken.

De rest van de dag doen we niks. We ontbijten en lunchen en zitten wat te lezen bij de tent en genieten van de rust. We vermaken ons met het kijken naar de vogels en de aapjes, die de hele tijd rond ons kamp hangen. Ze zijn brutaal en alleen een katapult schijnt voldoende te zijn om ze op afstand te houden. Als we ons lege Duyvis zakje terugvinden, leggen we dat op de grond en fotograferen één van de aapjes ermee. Veel interesse heeft hij er niet meer in, aangezien de noten al lang opgepeuzeld zijn.
Aan de overkant van de rivier verschijnt een paartje zebra’s, die heel voorzichtig steeds dichterbij komen. Ze zien ons wel staan, maar we houden ons gedeisd en wachten tot ze stapje voor stapje onze kant op komen. In Samburu heb je een bijzondere soort zebra’s, die alleen maar hier voorkomt. De Greve-zebra is totaal anders dan de andere soorten, met een fijnere tekening en enorme oren. Uiteindelijk vinden ze een plekje om te drinken, maar bij het minste of geringste gaan de koppen omhoog of sprinten ze weg.
Olifanten aan de oever van ons kampDat je geen gamedrives hoeft te doen om het wild te zien, blijkt wel als we nadat de zebra’s vertrokken zijn, zitten te kijken hoe twee olifanten, waarvan één met jong, richting de rivier komen om te drinken en te grazen. Als Babs ons komt halen voor de gamedrive, wijzen we naar de overkant van de rivier en zeggen dat we nog even willen wachten. We worden getrakteerd op een geweldig schouwspel, zo vanaf de rand van ons kamp. Op nog geen vijftig meter afstand staan twee mastodonten rustig te drinken en te eten en het jong dartelt er tussendoor. Als uiteindelijk één van de olifanten de rivier begint over te steken en langzaam op ons afkomt met wijd gespreide oren, vinden de gidsen het tijd worden om te vertrekken. Het is duidelijk dat onze aanwezigheid niet meer gewaardeerd wordt. Maar onze middag is helemaal goed en we hebben lang genoeg kunnen genieten van het schouwspel.
Maar onze middag is nog niet afgelopen en hoeveel groot wild er in het park zit, blijkt als we aan de overkant van de rivier door het park rijden. Dit deel heet Buffalo Springs en was vroeger een apart park. Nu is het door een brug verbonden met Samburu en kan je beide parken in één keer bekijken.
Net over de brug worden we verwelkomd door een enorme troep bavianen. Nu zijn dat niet onze favoriete dieren, dus blijven we niet te lang staan. We parkeren bovenop een heuvel als we een troep olifanten beneden ons zien. Diverse busjes staan op het pad en ze maken zich uit de voeten als er één met gespreide oren op de busjes afholt. Zelfs in een auto is het zaak op te passen voor olifanten.
Als laatste krijgen we de jacht te zien van een drietal leeuwen. Echt bizar, de dieren lopen werkelijk op een meter van de auto en trekken zich niks van al die aandacht aan. Helaas slagen ze er niet in om hun prooi te verschalken en gaan we na een kwartiertje terug naar ons kamp, terwijl de leeuwen in het gras liggen.

Zo dichtbij.....Bij kamperen hoort een kampvuur en na het eten zitten we met onze chauffeur rustig aan de rivier te kletsen. Hij schijnt regelmatig met zijn zaklamp over de oever. Als we hem vragen waarom, blijkt dat hij in de gaten houdt of er geen krokodil aan de kant komt. Lekker is dat, gisteren hebben we bijna op dezelfde plek een uur naar de sterren zitten kijken, met onze ruggen naar het water….
We gaan voor de tweede dag zonder te douchen naar bed en ook het toilet laten we links liggen. We vertrouwen de troep bavianen, die in de buurt van ons kamp rondhangt, voor geen meter en een dagje langer niet douchen hebben we daar wel voor over. En plassen, dat kan ook wel achter de tent.

Midden in de nacht worden we wakker van Babs. Ze moet eigenlijk plassen, maar durft niet naar buiten. Dan maar in een hoekje in de tent. De volgende dag horen we van de gids dat dit verstandig was, want we mogen ‘s nachts de tent helemaal niet uit. Ook fijn dat ons dat even verteld wordt nadat we gaan slapen. Het is nu al de derde keer dat we tegen zoiets aanlopen. Eerst ons bavianen-jat-avontuur, daarna het sterrenstaren aan de rivier en nu dit weer. Nee, tot nu toe zijn we niet echt onder de indruk van onze chauffeur/gids. Hij babbelt leuk tijdens het avondeten, maar wat meer uitleg zou wel gewenst zijn. Gelukkig zijn we wel onder de indruk van het park en alle wilde dieren. Na het plasje van Babs dutten we al snel weer in. Morgenochtend gaat de wekker al weer vroeg, want dan gaan we naar het volgende park: Lake Nakuru.


Vorige verhaal                                                  Volgende verhaal

 Enkeltjebangkok filmnieuws ‭[1]‬
 Enkeltjebangkok filmnieuws ‭[2]‬