Twaalf maanden onderweg door Zuidoost Azië, China, India, het Midden-Oosten en Centraal Azië
Na ruim een jaar onderweg geweest te zijn, is het wel tijd voor een terugblik. Wat waren onze verwachtingen, onze doelen, onze ideeën, onze dromen? En is alles wat we er van tevoren van hadden voorgesteld, uitgekomen?
Toen ik in oktober 2004 voor de eerste keer ging backpacken, ging er een wereld voor me open. Alleen een rugzak mee, alles met het openbaar vervoer, zoveel mogelijk tussen de locals zitten en gewoon genieten wat er allemaal om je heen gebeurt. Mijn gevleugelde woorden waren toen: hier had ik 18 jaar eerder mee moeten beginnen. Maar wat is er in de afgelopen 21 jaar allemaal veranderd voor degene die het avontuur opzoekt? Pam en ik hebben het er wel eens over hoe anders reizen nu anno 2007 is.
Als je 21 jaar geleden een rugzak op je rug deed en in het vliegtuig stapte, liet je je veilige thuiswereld ver achter je. Contact met het thuisfront was er bijna niet, misschien kon je één keer per maand heel even bellen. Een postkantoor opzoeken, wachten en hopen op verbinding met Nederland en vooral niet te lang bellen, want het was allemaal stervensduur. Had je in één keer heel veel te vertellen, dan was er altijd nog de fax. Andere reizigers die je onderweg tegenkwam of waar je mee had afgesproken, bracht je op de hoogte door op afgesproken tijden en plaatsen briefjes op te hangen en dan hoopte je dat die persoon het zou zien of dat je er zelf nog wel zou zijn. Fotorolletjes bewaakte je met je leven, want dat waren al je herinneringen in beeld. Een reisdagboek schreef je nog ouderwets in een schrift en de Lonely Planet was je bijbel, want zonder was je wel heel erg verloren.
Nu is er wat dat betreft eigenlijk niks meer aan. Iedereen heeft e-mail, een mobiele telefoon en je dagboek klop je gewoon in op je eigen website of weblog. Wil je je ouders, broers of zussen of je vrienden zien en ze vertellen hoe geweldig je het hebt? Een uurtje in een internetcafé msnnen met de webcam en iedereen is weer op de hoogte en ziet hoe goed het met je gaat.
Aan de andere kant hebben al die ontwikkelingen ook een hoop voordelen. Je wil niet weten hoeveel plezier wij hiervan hebben. Reisinformatie? Lees je online. Vliegticket? Boek je online. Informatie over visa of zelfs aanvragen? Online. De verjaardag van je moeder vergeten? Snel een smsje. (Nee, dat is niet gebeurd. Ik moet toch een voorbeeld verzinnen.) Wil je je foto’s zeker stellen? Brand een cd’tje en stuur ze naar huis. Noodgeval in Nederland? Mobiel is altijd bij de hand en je bent dus bereikbaar. In onze ogen is reizen tegenwoordig minder avontuurlijk, zijn de ongebaande paden grotendeels verharde wegen en is de romantiek van het naar verre onbekende oorden vertrekken er wel wat af. Maar is de wereld, vooral door internet, een stuk kleiner en toegankelijker geworden.
En dat is te merken ook. Was je voorheen bijzonder als je naar Thailand ging, tegenwoordig is het gewoon Spanje, maar dan tien uur vliegen en kan je er geen paella krijgen. In Angkor ben je echt niet meer de enige bezoeker en op de Chinese muur kan je over de koppen lopen. En als je op het vliegveld van Bangkok je rugzak van de band af tilt, heb je grote kans dat je buurman of –vrouw er ook één pakt.
‘Echte’ backpackers klagen daar dan ook over. Dat ze de wereld niet meer voor zichzelf hebben. Die willen naar gebieden waar nog nooit iemand is geweest, waar nooit iemand komt en geven vooral af op de grote toeristische bezienswaardigheden, omdat ‘iedereen daar heen gaat’.
Wij vinden dat onzin. Drukbezochte bezienswaardigheden zijn niet voor niks drukbezocht. Daar is namelijk wat moois te zien. Verder is elk plekje van de wereld ondertussen wel ontdekt en als je ergens komt waar niemand anders is, dan zal dat ook wel een reden hebben. Waarschijnlijk niet omdat het dan echt een plek is die je gezien moet hebben.
Waar wij ons aan storen, zijn de ‘echte’ backpackers die zich niet kunnen gedragen. Die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, de al arme bevolking voor € 0,10 het vel over de oren trekken met onderhandelen en geen respect op kunnen brengen voor lokale gebruiken en cultuur. O ja, en aan backpackers die door ons beeld heen lopen als we toch die ene foto proberen te maken zonder westerse toerist erop, maar wel met dat mooie omaatje of vrolijke kind. Wij vinden het fijn als die ‘echte’ backpackers ergens anders heen gaan, vooral daarheen waar niemand anders komt.
Wij verwachtten niet bijzonder te zijn in de wereld, dat we echt niet de enige toeristen ter plaatse zouden zijn en dat we de wereld niet opnieuw zouden ontdekken. We vinden het leuk als we ergens komen waar het toerisme nog niet in alle hevigheid is toegeslagen, waar een stukje authenticiteit bewaard is gebleven, maar weten dondersgoed dat er al velen voor ons gingen en nog veel meer na ons komen. Onze verwachtingen zijn dat we de wereld zelf zullen zien, kunnen genieten van de wonderen op onze kleine planeet en met heel veel ervaringen en herinneringen terug zullen komen. Tot nu toe worden we daarin niet teleurgesteld.
We hebben het er wel eens over. We zijn al bijna een jaar onderweg. Naar huis toe, zijn we daar aan toe? En zoals we dan elke keer weer tegen elkaar zeggen: we zijn nog niet klaar. Niet klaar om de rugzak in de kast te zetten, weer aan het werk te gaan, naar buiten te kijken naar het Nederlandse druilerige weer en weer in de file te staan. Nog niet klaar met de wereld te ontdekken en landen te zien. Voor ons is dit hoofdstuk gewoon nog niet af.
Voor de mensen die denken dat het één grote vakantie is, dat is het niet. Soms is het net werk. De ene dag weer vervoer regelen, de andere dag weer een slaapplaats regelen, elke dag weer een plek zoeken om te eten - en na twee weken noedels of kebab komt dat echt je strot wel uit – en elke dag weer bedenken wat we nu weer eens zullen gaan doen. Lange dagen in te kleine, oude en trage bussen over slechte wegen om weer ergens te komen, hopen dat het onderweg niet begint te regenen zodat je rugzak op dak doorweekt. Slechte bedden waar je vermoeider uitstapt dan erin en vliegend en kruipend gedierte op de kamer. Nee, het is niet elke dag feest.
Maar elke keer als we dan weer op een bijzondere plek komen, is de vermoeidheid vergeten, zoeken we met frisse moed weer een bed, hopen dat er wat fatsoenlijks te eten is en verkennen we de omgeving. En genieten we van onze vrijheid en al het nieuwe om ons heen.
Maar als we het dan echt zat zijn, als nieuwe plekken niet meer genoeg zijn en elke indruk één teveel, dan nemen we een dag vrij. Een dag lamballen, zoals we dat noemen. Lekker luieren, lezen, in een hangmat slapen en niksen. Als ook dat niet meer helpt, dan is het tijd voor echte vakantie en parkeren we ons een paar dagen aan een tropisch strand met de kop in de zon en de voeten in het water. Dan hebben we de batterij weer opgeladen en begint het al snel weer te kriebelen. En willen we weer op pad.
‘Mis je nou niks van thuis?’ is een vraag die we vaak genoeg horen. Ja, hoor, genoeg. Frikandellen speciaal met extra curry en uien, zelfgemaakte nasiballen met satésaus, een broodje kroket met mayo, Edwin Evers in de auto, zuurkool met klapstuk, met de voeten omhoog voor de buis naar het nieuws kijken, zondagochtenden met koffie en de nieuwste Intermediair op de bank, zelf weer eens achter het fornuis staan, de Albert Heijn waar je alles kan krijgen en je niet meteen afvraagt of je meer betaalt dan een local, om maar eens wat te noemen. En natuurlijk bovenal onze familie en vrienden. Maar zolang we al die dingen niet genoeg missen, verlangen we gewoon nog niet naar huis.
Na ruim een jaar ben ik er ook achter gekomen dat plannen nog steeds niet mijn sterkste kant is. Het was de bedoeling dat we een jaar zouden weggaan. Een maand of vijf naar Azië, een paar maanden Afrika en dan afsluiten in Zuid-Amerika. Terwijl ik dit type, zouden we dus volgens de planning ergens in Bolivia of Ecuador moeten zitten. We zitten er maar een kilometer of 20.000 naast. Maar wij kunnen ons tot de gelukkigen rekenen die niet willen, maar ook niet hoeven te plannen.
Toen we vertrokken, was er maar één ding echt gepland. En dat was dat we op 8 september 2006 naar Bangkok zouden vliegen. Enkele reis. En daarna? We wisten het niet. Twaalf maanden verder is het nog net zo gesteld met onze planning. We weten het nog steeds niet waar we volgende maand precies zullen zijn. Laat staan over 3 maanden.
Er stond een tijdje geleden een berichtje in ons gastenboek van Traveljunk Leo. Hij begreep onze route niet helemaal. Dat verbaast ons niks, wij namelijk ook niet. We laten ons leiden door de waan van de dag en de ideeën die we onderweg opdoen. Morgen is er weer een dag en wat we dan doen, zien we morgen dan wel weer. We zijn vertrokken zonder enig idee wat onze volgende stap zou zijn en zo gaat het eigenlijk nog steeds.
En als we dan toch een keer plannen, dan zijn anderen daar schuld aan. Rob en Dees die voor het eerst met de rugzak naar Azië kwamen en met ons door Laos hebben gereisd. Daphne die ons ‘even’ opzocht in Bangkok. Het verrassingsbezoekje van onze geweldige zussen en vrienden. De papa’s en de mama’s die we een ticket naar Istanbul kado hebben gedaan en waar we een heerlijke week mee doorgebracht hebben. En Laura en Barbara, die 3 november in Nairobi zullen landen, en waarmee we een maand op safari gaan. Het was en blijft geweldig om onze familie en vrienden in verre oorden te ontvangen en we hopen op nog veel meer bezoek. Maar dat vastleggen? Dat is eigenlijk niks voor ons.
Voor de mensen die zich zo langzamerhand afvragen of we überhaupt nog wel eens terug zullen komen, zullen we een kleine voorspelling proberen te doen. We denken – en het is dus maar de vraag of we het goed denken – ergens in mei of juni 2008 weer voet op Nederlandse bodem te zetten. Het globale idee, het is dus weer geen planning, is om dan vanuit Zuid-Amerika terug naar huis te gaan. Maar zoals het idee over onze terugkeer naar Azië via de Zijderoute is ontstaan, zouden we ook best het idee kunnen krijgen dat we Midden Amerika ook nog ‘even meepakken’…
Eén ding is zeker, we hebben het tot nu toe samen overleefd. Men zegt altijd: als je samen kan reizen, dan kan je ook samen leven. En dat kunnen we nu wel beamen. 365 dagen, 24 uur per dag zijn we samen opgetrokken, hebben we hoogte- en dieptepunten meegemaakt, hebben we tegenslagen overleefd, zijn we één keer bestolen, hebben we wel eens ruzie gemaakt, hebben we vreemde landen gezien en andere culturen ervaren, hebben we samen gegeten en gedronken, zijn we tot nu toe in 18 verschillende landen geweest en hebben alles als één groot avontuur beschouwd. Maar we zijn ook dichter naar elkaar gegroeid, hebben elkaar door dik en dun leren kennen en zijn alleen maar blijer van en met elkaar geworden. Als we ooit terugkomen in Nederland, maken we ons niet zo druk over onze toekomst. Wij zijn samen vertrokken, hebben samen de wereld gezien en komen samen weer thuis.